Correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, 5 juni 2019
Een man wordt vervolgd voor wapenbezit, belaging, aanzetten tot haat of geweld en het verspreiden van denkbeelden gegrond op rassuperioriteit of rassenhaat. De haatboodschappen en belaging worden via Twitter gepost en viseren onder meer 2 medewerkers van Unia.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
In 2014 begon een anonieme Twittergebruiker, gekend onder zijn schuilnaam Fidelio, via meerdere schuilnamen met het verspreiden van verschillende haatdragende tweets, zoals: “De enige manier om Marokkaans ongedierte te vernietigen is door tegelijkertijd iedereen die zich pro-islam uitspreekt aan te pakken. Marokkanen klop je in mekaar. Géén gelul! Moslims verachten of haten is niet genoeg, ze moeten worden uitgemoord met gebruik van extreem geweld, zoals snoeihaag en een vleeshaak.”
De auteur van deze uitlatingen viseerde ook expliciet verschillende publieke figuren, waaronder Els Keytsman (co-directrice van Unia) en een schrijfster (toenmalige medewerkster van Unia), door bijvoorbeeld een foto van ratten te plaatsen naast hun foto met als onderschrift “alle ratten moeten uitgeroeid worden” en “moslim-pijpende collaborerende hoer”.
Unia heeft zich burgerlijke partij gesteld, net zoals Els Keytsman en de voormalige medewerkster van Unia.
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Inbreuk op de wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (wapenwet).
- Bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen (artikel 327 oud Strafwetboek).
- Belaging (artikel 442bis oud Strafwetboek).
- Aanzetten tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 20, 4° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 4° Strafwetboek).
- Verspreiden van denkbeelden die zijn gegrond op rassuperioriteit of rassenhaat (artikel 21 antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 251 Strafwetboek).
Beslissing
De rechter heeft geoordeeld dat alle misdrijven bewezen waren.
Aangaande de belaging verwijst de correctionele rechtbank naar de rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass. 7 juni 2011; Cass. 29 oktober 2013): “De beklaagde zou moeten weten dat het herhaaldelijk verspreiden van foto’s met daarin misprijzende, vijandige en haatdragende boodschappen gedragingen zijn die door slachtoffers als verontrustend worden beschouwd”. De correctionele rechtbank past ook de verzwarende omstandigheid voorzien in artikel 442ter Strafwetboek toe en preciseert dat het gedrag van de beklaagde ingegeven werd door de haat, het misprijzen of de vijandigheid ten aanzien van de slachtoffers, wegens hun geslacht (voor wat betreft Els Keytsman en de voormalige medewerkster van Unia) en de nationale afstamming (voor wat betreft de voormalige medewerkster van Unia).
Wat betreft de misdrijven uit de antiracismewet, stelt het vonnis met name: “Door zijn welbewust en doordacht handelen zet beklaagde derden aan tot racisme. Hij plaatst racistische berichten en laat volgers toe racistische opmerkingen te blijven spuien.”
De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden (met uitstel van 5 jaar) en een geldboete van 800 euro. Op burgerlijk gebied werd de beklaagde veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan Unia en de overige burgerlijke partijen van respectievelijk 500 euro en 750 euro.
Het vonnis is definitief.
Aandachtspunten
Deze beslissing herneemt dat de vrijheid van meningsuiting ook grenzen kent op Twitter. Wat offline strafbaar is, is ook online strafbaar. De sociale netwerken zijn geen wetteloos gebied en niet alles is toegelaten, zelf onder een schuilnaam.
Het is de eerste uitspraak waarin de verzwarende omstandigheid van het haatmotief wegens het geslacht wordt erkend. Hiervoor maakt de rechtbank toepassing van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof die verduidelijkt dat de toepassing van de verzwarende omstandigheid niet vereist dat het haatmotief de enige drijfveer is van de dader (GwH, 17/2009, 12 februari 2009, B. 96.1).
Unia was betrokken partij