Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, 3 mei 2023

In een WhatsApp groep werden tal van, racistische, kwetsende en agressieve uitspraken gedaan, onder meer over collega’s. De leden van de WhatsApp groep behoorden tot een dienst die instond voor de overbrenging van gedetineerden. De correctionele rechtbank oordeelde dat er sprake was van pesterijen op het werk, maar niet van discriminatie tijdens de ambtsuitoefening.

[Hoger beroep: Hof van beroep Antwerpen, 27 juni 2024]

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 03/05/2023
Domeinen: Arbeid, Politie en justitie, Media en sociale media
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (strafrechtelijk), Discriminatie door ambtenaar, Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf, Inbreuk welzijnswet en/of sociaal strafwetboek
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Antwerpen
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten 

De beklaagden in deze zaak maakten deel uit van een dienst die instond voor de overbrenging van gedetineerden. De dienst bestond uit leden van de politie en van het veiligheidskorps. Enkele leden van de dienst hadden een WhatsApp groep opgericht. Een onderzoek van de Dienst Intern Toezicht van de lokale politie Antwerpen bracht aan het licht dat een deel van de berichten racistisch getint was en vol stond met kwetsende en agressieve uitspraken. Enkele leden van de dienst meldden zich als slachtoffer van pesterijen op het werk en/of racisme en discriminatie. 

Uiteindelijk werden 29 beklaagden vervolgd voor de correctionele rechtbank. 

Juridische kwalificatie 

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:    

  • Discriminatie door een ambtenaar of openbaar officier (artikel 23 antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 253 Strafwetboek).
  • Geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk (artikel 32bis, lid 1 welzijnswet en artikel 119 Sociaal strafwetboek).

Beslissing 

De correctionele rechtbank sprak alle beklaagden vrij voor de tenlastelegging van discriminatie tijdens de ambtsuitoefening. Volgens de rechtbank impliceert de zinsnede “in de uitoefening van hun ambt” dat het moet gaan om discriminatie in de relatie tussen ambtenaren en burgers (‘verticale relatie’). De betrokkenen moeten handelen als ambtenaar en niet als privépersoon. Dat was hier niet het geval. 

Wat betreft de tenlastelegging van geweld en pesterijen op het werk, sprak de correctionele rechtbank 13 beklaagden vrij. 5 beklaagden kregen hiervoor een gevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van 4.800 euro (beide met 3 jaar uitstel). 1 beklaagde kreeg een geldboete van 3.600 euro (met 3 jaar uitstel). 6 beklaagden kregen een geldboete van 4.800 euro (met 3 jaar uitstel). 4 beklaagden kregen de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling.  

De beklaagden werden niet vervolgd voor het aanzettingsmisdrijf. Niettemin merkt de correctionele rechtbank op dat louter beschouwende uiteenzettingen – hoe scherp, vernederend of polemisch ook – niet onder deze bepaling vallen. Er moet sprake zijn van het aanzetten (oproepen) van derden tot discriminatie, haat of geweld en dit met een bijzonder opzet. 

De Liga voor Mensenrechten had zich burgerlijke partij gesteld op basis van de eerste tenlastelegging. Gelet op de vrijspraak voor dit misdrijf werd deze burgerlijke vordering ongegrond verklaard. Aan de andere burgerlijke partijen werden schadevergoedingen toegekend (gaande tot een bedrag van 10.000 euro).  

Aandachtspunten 

Er bestaat bijzonder weinig rechtspraak over het misdrijf van discriminatie door ambtenaren. Dit vonnis verduidelijkt enkele aspecten van dit misdrijf. Een uitgebreidere bespreking is te vinden in de bijdrage 'Discriminatie door personen in openbare dienst', Politie & Recht 2021/4, 195-199. 

In 2020 liet Unia een onderzoek uitvoeren naar het identificeren en aanpakken van misbruiken bij politionele selectiviteit. Hoewel deze problematiek verschilt van de bovenvermelde feiten zijn bepaalde onderzoeksvaststellingen ook in deze context relevant. Zo werd onder meer gewezen op het belang van de beroepscultuur, intervisie en klachtenafhandeling.  

Unia was geen betrokken partij. 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?