Correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, 5 februari 2019
Enkele arbeiders die op een begraafplaats werken, worden onder andere vervolgd voor grafschennis. Eén van de mannen kerfde een hakenkruis in een schedel en stuurde hier foto's van rond. De arbeiders worden vervolgd voor grafschennis met verzwarende omstandigheid.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Gepubliceerd op: 05/02/2019
Domeinen: Arbeid, Samenleving
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Diefstal, Grafschennis
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: West-Vlaanderen
Unia (burgerlijke) partij: neen
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:
- Grafschennis (artikel 453 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 453bis oud Strafwetboek).
- Diefstal (artikel 461 oud Strafwetboek).
- Heling (artikel 505 oud Strafwetboek).
- Inbreuk op de wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (wapenwet).
Beslissing
Omdat het onmogelijk is om te weten van wie de schedel was, kan niet uitgemaakt worden of het al dan niet gaat om een haatmisdrijf. De grafschennis wordt wel weerhouden, maar niet het haatmotief.
Unia was geen betrokken partij.