Correctionele rechtbank Brussel (Nederlandstalig), 21 april 2020
Een man wordt vervolgd voor diverse inbreuken. Bij zijn aanhouding weigert hij de ruimte te betreden waar zijn raadsman hem wil bijstaan en slingert hij racistische verwijten naar het hoofd van de raadsman van Afrikaanse afkomst.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Gepubliceerd op: 21/04/2020
Domeinen: Politie en justitie
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Verspreidingsverbod
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Diefstal (artikel 461 oud Strafwetboek).
- Inbreuk op de wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (wapenwet).
- Heling (artikel 505 oud Strafwetboek).
- Verspreiden van denkbeelden die zijn gegrond op rassuperioriteit of rassenhaat (artikel 21 antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 251 Strafwetboek).
- Valse naamdracht (artikel 231 oud Strafwetboek).
- Illegaal verblijf (artikel 75 vreemdelingenwet).
Beslissing
De beklaagde wordt onder meer veroordeeld voor het verspreiden van denkbeelden gegrond op rassuperioriteit of rassenhaat.
Unia was geen betrokken partij.