Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Brussel (Nederlandstalig), 22 april 2013

Een hoofdinspecteur van de lokale politie gebruikte geweld tegenover een collega en een arrestant, waarbij racisme telkens één van de drijfveren was, . Getuigenissen van collega’s waren van bijzonder belang voor de bewijsvoering.

[Hoger beroep: Hof van beroep Brussel (Nederlandstalig), 1 april 2015]

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 22/04/2013
Domeinen: Politie en justitie
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: ja

Feiten

De beklaagde is hoofdinspecteur bij de lokale politie. Hij wordt ervan verdacht in 2009 bij twee gelegenheden geweld te hebben gebruikt, waarbij racisme telkens één van de drijfveren was. Tenlastelegging A betreft een incident met een collega. Tenlastelegging B betreft  de behandeling van een arrestant. 

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
  • Opzettelijke slagen en verwondingen met ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge (artikel 399 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).

Beslissing

De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden en een geldboete van 1.100 euro.

Unia was betrokken partij.

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?