Correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, 28 juni 2016
Een man moet zich verantwoorden voor racistische uitlatingen ten aanzien van verbalisanten, weerspannigheid, bedreiging van buren met een mes en schade aan een ziekenwagen.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Weerspannigheid (artikel 269 oud Strafwetboek).
- Aanzetten tot discriminatie jegens een persoon (artikel 20, 1° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 1° Strafwetboek).
- Aanzetten tot haat of geweld jegens een persoon (artikel 20, 2° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 2° Strafwetboek).
- Bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen (artikel 329 oud Strafwetboek).
- Vernieling van roerende eigendommen (artikel 528 oud Strafwetboek).
Beslissing
De correctionele rechtbank meent dat er geen sprake is van ‘aanzetten tot’ aangezien het bijzonder opzet niet kan worden aangetoond. De man richtte zich immers enkel tot één van de verbalisanten maar betrok geen andere personen die aanwezig waren. De feiten worden gekwalificeerd als smaad aangezien het duidelijk zijn bedoeling was om oneerbiedig te zijn.
De beklaagde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden met probatie-uitstel gedurende 3 jaar.