Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Luik, afdeling Hoei, 13 juni 2019

Een jonge man wordt geslagen en beschimpt. De aanvallers vinden dat hij er homoseksueel ‘uitziet’. Tijdens zijn verhoor bij de politie verduidelijkt het slachtoffer dat hij niet homoseksueel is.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 13/06/2019
Domeinen: Samenleving
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Discriminatie op basis van vermeend beschermd kenmerk, Haatmisdrijf, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een jongeman, 20 jaar oud, is aan het wachten aan het station van Hoei wanneer een groepje van een 5-tal jongeren hem benadert. Ze willen dat hij hen een euro geeft om een zakje chips te kopen, maar de jongeman weigert geld te geven.  De jongeren zeggen dat de jongeman eruitziet als een homo (“avait un air de PD”). Ze beginnen hem uit te schelden voor onder meer "jeanet" (“pédé”) en de jongeman wordt geslagen. De jongeman verklaart later aan de politie dat hij heteroseksueel is.

De slagen werden toegebracht door een meerderjarige en een minderjarige die tot het groepje van 5 jongeren behoorden. Het vonnis heeft betrekking op de meerderjarige dader. 

Unia was geen burgerlijke partij in de rechtszaak.

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek). 
  • Bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen (artikel 327 oud Strafwetboek).

Beslissing

De correctionele rechtbank weerhoudt het misdrijf opzettelijke slagen en verwondingen maar gaat ook dieper in op de vraag of de dader handelde uit homohaat, waardoor de strafverzwaring uit artikel 405quater Sw. kan worden toegepast.

Tijdens de terechtzitting bevestigde de beklaagde immers “dat hij niet van homo’s hield, dat hij die walgelijk vond en dat het slachtoffer er als een homo uitzag.” De correctionele rechtbank komt op basis van onder meer die uitlatingen tot het besluit dat de dader effectief uit homohaat handelde en past de strafverzwaring uit artikel 405quater Sw. toe. 

De dader wordt (voor beide feiten) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden met 3 jaar uitstel en een geldboete van 800 euro waarvan de helft met 3 jaar uitstel. Het uitstel wordt verleend mits de dader een aantal voorwaarden naleeft waaronder het bijwonen van een vorming over burgerschap en respect voor diversiteit, het volgen van een medische en psychologische behandeling, het beheersen van zijn alcoholgebruik … 

Aandachtspunten

In het vonnis brengt de correctionele rechtbank van Hoei in herinnering dat de drijfveer van de dader moet worden nagegaan en niet de hoedanigheid van het slachtoffer. Daarvoor grijpt de correctionele rechtbank terug naar de parlementaire voorbereiding van de antidiscriminatiewet. Daaruit kan duidelijk afgeleid worden dat het motief van de dader telt en dat dus ook hetero’s het slachtoffer kunnen worden van een haatmisdrijf ingegeven door homofobie. De dader kan met andere woorden ook handelen uit haat, misprijzen of vijandigheid op basis van een verondersteld kenmerk van het slachtoffer.

Het zou trouwens in strijd zijn met de privacyregels om te eisen dat het slachtoffer zijn seksuele geaardheid zou moeten bewijzen voor de toepassing van de strafverzwaring uit artikel 405quater Sw.

Bij de bestraffing van de dader verleent de correctionele rechtbank uitstel mits (onder meer) het bijwonen van een vorming over burgerschap en respect voor diversiteit. Het vonnis onderstreept daarmee het belang van alternatieve maatregelen bij het bestraffen van dit type van misdadigers. 

Unia was geen betrokken partij.

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?