Correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, 22 juli 2020
Mensen gaan naar een restaurant en zetten de klanten aan tot haat, discriminatie en geweld omdat de uitbater een aanhanger zou zijn van de Gülen-beweging. Ze ventileren hun meningen en bedreigingen ook via sociale media.
[Hoger beroep: Hof van beroep Antwerpen, 1 april 2021]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Gepubliceerd op: 22/07/2020
Domeinen: Goederen en diensten, Media en sociale media, Samenleving
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van politieke overtuiging
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf, Haatmisdrijf, Bedreiging
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Limburg
Unia (burgerlijke) partij: neen
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor (na herkwalificatie):
- Aanzetten tot discriminatie jegens een persoon (artikel 22, 1° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 1° Strafwetboek).
- Aanzetten tot haat of geweld jegens een persoon (artikel 22, 2° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 2° Strafwetboek).
- Aanzetten tot discriminatie of segregatie jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 22, 3° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 3°-Strafwetboek).
- Aanzetten tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 22, 4° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 4° Strafwetboek).
Beslissing
De correctionele rechtbank spreekt straffen uit voor de inval in het restaurant op grond van de antidiscriminatiewet, maar ziet zich verplicht zich onbevoegd te verklaren voor de boodschappen via de sociale media gelet op artikel 150 van de Grondwet.
Unia was geen betrokken partij.