Correctionele rechtbank Luik, afdeling Luik, 3 december 2019
Tijdens een betoging op 11 oktober 2019 krijgt een Turkse persoon slagen van een Koerdische persoon. De verzwarende omstandigheid wordt weerhouden, op basis van de politie die getuige was.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
De Koerdische persoon sloeg de tegenpartij niet als reactie op een aanval, en ook niet uit noodzaak om zich te verdedigen (het slachtoffer lag op de grond en werd geslagen door 4-5 personen).
Tijdens zijn aanhouding en zijn verhoor verklaarde de dader: "De Turkse gemeenschap doodt mijn volk terwijl wij geholpen hebben in de strijd tegen IS" en "Ik hou van België en Europa. In tegenstelling tot de Turken die de terroristen en mannen met baarden steunen".
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
Beslissing
De beklaagde werd veroordeeld tot een werkstraf van 150 uren.
De andere personen die bij de aanval waren betrokken waren weggevlucht.
Unia was geen betrokken partij.