Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Luik, afdeling Luik, 31 maart 2022

Tijdens een gemeentefeest formuleert een schepen bedenkingen die andere personen kunnen kwetsen of schofferen. Eén van de aanwezigen, een homoseksuele persoon, dient een klacht in.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 31/03/2022
Domeinen: Activiteit voor het grote publiek (economisch, sociaal, cultureel of politiek), Samenleving
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Het betrof volgende uitspraken en het feit dat hij overdreven gemaniëreerde gebaren maakte in de stijl van La cage aux folles : « Des relations sexuelles entre hommes sont contre nature » (vrije vertaling: Seksuele betrekkingen tussen mannen zijn tegennatuurlijk) ; « Vous avez l'habitude de ce genre d'attitude au MR » (vrije vertaling: Jullie zijn gewend aan dit soort attitudes bij de MR) ; « Est-ce que tu peux m'expliquer des relations entre hommes » (vrije vertaling: Kan je me relaties tussen mannen uitleggen) ; « 2 hommes qui s'enculent, c'est contre nature » (vrije vertaling: 2 mannen die de liefde bedrijven is tegennatuurlijk) ; « L'affection entre hommes, je comprends, mais le sexe entre hommes, non » (vrije vertaling: Ik versta dat er genegenheid is tussen mannen, maar seks tussen mannen daar kan ik niet bij). 

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Aanzetten tot discriminatie jegens een persoon (artikel 22, 1° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 1° Strafwetboek).
  • Aanzetten tot haat of geweld jegens een persoon (artikel 22, 2° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 2° Strafwetboek).
  • Aanzetten tot discriminatie of segregatie jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 22, 3° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 3°-Strafwetboek).
  • Aanzetten tot haat of geweld  jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 22, 4° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 4° Strafwetboek).

Beslissing

De correctionele rechtbank is de mening toegedaan dat de bewoordingen vallen onder de vrijheid van meningsuiting en niet aanzetten tot haat of discriminatie.

Unia was geen betrokken partij.

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?