Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Luik, afdeling Luik, 6 mei 2024

Een vrouw uit het extreemrechtse milieu, die de Facebook-pagina van de vzw Valeurs Nationales modereert, staat terecht voor aanzetten tot discriminatie en haat, het verspreiden van racistische denkbeelden en het behoren tot een racistische groepering. Samen met haar staan 7 andere personen terecht.

Gepubliceerd op: 06/05/2024
Domeinen: Media en sociale media
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf, Verspreidingsverbod, Verenigingsmisdrijf
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

In 2020 stelde DJSOC (de federale internetpolitie) een proces-verbaal op naar aanleiding van enkele berichten die een vrouw had geplaatst op Facebook. DJSOC was van mening dat in die berichten werd aangezet tot haat tegenover mensen van buitenlandse origine. De berichten lokten op hun beurt racistische commentaren uit van andere Facebook-gebruikers en de vrouw plaatste daar telkens een 'like' onder.

Verder onderzoek wees uit dat de vrouw erg actief was in extreemrechtse kringen (in het verleden was ze bijvoorbeeld kandidaat geweest voor de politieke partij Nation). In 2020 had de vrouw met enkele anderen de vzw Valeurs Nationales opgericht. Op de Facebook-pagina van die vzw, waarvan de vrouw samen met een andere persoon moderator was, trof de politie tal van racistische berichten aan.

Uiteindelijk werd de vrouw samen met 7 andere beklaagden voor de correctionele rechtbank gedaagd.

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:

  • Aanzetten tot discriminatie of segregatie jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 20, 3° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 3°-Strafwetboek).
  • Aanzetten tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 20, 4° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 4° Strafwetboek).
  • Verspreiden van denkbeelden die zijn gegrond op rassuperioriteit of rassenhaat (artikel 21 antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 251 Strafwetboek).
  • Behoren tot of medewerking verlenen aan een groep of vereniging die openlijk en herhaaldelijk rassendiscriminatie of rassenscheiding bedrijft of verkondigt (artikel 22 antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 252 Strafwetboek).

Beslissing

De correctionele rechtbank oordeelde dat de vrouw had aangezet tot discriminatie en haat. Dit kon onder meer worden afgeleid uit de commentaren die ze met haar berichten op Facebook uitlokte en uit het feit dat ze die commentaren niet verwijderde, maar goedkeurde door er telkens een 'like' onder te plaatsen.

Daarnaast had de vrouw, volgens de correctionele rechtbank, ook denkbeelden verspreid gegrond op rassensuperioriteit en rassenhaat. De vrouw wakkerde met haar berichten de haat en stigmatisering aan tegenover mensen met een migratieachtergrond en droeg daarmee bij tot het creëren van een vijandig klimaat tegenover hen. 

Ten slotte oordeelde de correctionele rechtbank dat de vrouw als oprichter en moderator van een racistische Facebook-pagina behoorde tot, of meewerkte aan, een groepering die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie verkondigde. 

De vrouw werd veroordeeld tot een werkstraf van 100 uur en ze werd gedurende 5 jaar uit bepaalde rechten ontzet op grond van artikel 31 oud Strafwetboek. 

Naast de vrouw stonden 7 andere beklaagden terecht:

  • 2 beklaagden werden vrijgesproken.
  • 1 beklaagde werd veroordeeld voor het aanzettingsmisdrijf en het verspreidingsverbod en kreeg de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gedurende 3 jaar.
  • 1 beklaagde werd vrijgesproken voor het aanzettingsmisdrijf en veroordeeld voor het verspreidingsverbod tot een werkstraf van 35 uur.
  • 2 beklaagden werden veroordeeld voor het verenigingsmisdrijf. 1 beklaagde kreeg een werkstraf van 50 uur en werd gedurende 5 jaar uit bepaalde rechten ontzet op grond van artikel 31 oud Strafwetboek. De andere beklaagde kreeg de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gedurende 3 jaar.
  • 1 beklaagde werd vrijgesproken voor het aanzettingsmisdrijf en veroordeeld voor het verspreidingsverbod en het verenigingsmisdrijf tot een gevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van 1.600 euro (beide met uitstel gedurende 3 jaar) en werd gedurende 5 jaar uit bepaalde rechten ontzet op grond van artikel 31 oud Strafwetboek.

Aandachtspunt

De correctionele rechtbank vroeg om de werkstraffen, indien mogelijk, te oriënteren op het bewust maken van de beklaagden van de ernst van alle vormen van rassendiscriminatie.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Corr. Luik, afd. Luik, 6/5/2024 - Rolnummer 22L002087

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?