Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, 28 november 2018

2 politie-inspecteurs zijn aan het werk in Mechelen. Eén van hen is in gesprek met een man die zich zeer agressief gedraagt en luidop omstaanders probeert op te hitsen tegen één van de politieagenten met een donkerdere huidskleur.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 28/11/2018
Domeinen: Politie en justitie
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf, Haatmisdrijf, Weerspannigheid
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Antwerpen
Unia (burgerlijke) partij: ja

Feiten

In mei 2017 werden 2 politie-inspecteurs van de politiezone Mechelen-Willebroek opgeroepen voor een interventie aan het Koning Albertplein in Mechelen.  Eenmaal ter plaatse aangekomen, werd één van de inspecteurs vanop een terras beledigd door een jongeman van Noord-Afrikaanse afkomst die uit het niets leek te zijn opgedoken: « Ik neuk uw moeder, vuile verrader », « Zwarte aap, gij zult branden in de hel, vuile bruine, denk je dat je mij kan opsluiten ». De jongeman probeerde ook de omstaanders op te hitsen tegen de politie-inspecteurs.  

Toen de politie-inspecteur en zijn collega de identiteitskaart van de jongeman vroegen, gooide hij die op de grond en riep: « Hey zwarte hond, raap mijn identiteitskaart maar op ». De jongeman duwde de inspecteurs en bleef de omstaanders tegen hen ophitsen. 

De jongeman werd vervolgens geboeid door de inspecteurs en ze arresteerden hem voor het verstoren van de openbare orde. 

Juridische kwalificatie 

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Aanzetten tot haat of geweld jegens een persoon (artikel 20, 2° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 2° Strafwetboek).
  • Weerspannigheid (artikel 269 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende factor (artikel 78bis en 78ter oud Strafwetboek).

Beslissing 

Unia heeft zich naast de inspecteur burgerlijke partij gesteld. Op basis van het aanvankelijke proces-verbaal stelde de correctionele rechtbank vast dat de beklaagde de inspecteur luid toesprak op kwetsende en beledigende wijze omtrent dienst huidskleur en dat hij meermaals probeerde om de omstaanders tegen hem op te hitsen. 

Bijgevolg oordeelde de correctionele rechtbank dat de jongeman de omstaanders aanzette tot haat tegenover de inspecteur en dit op grond van zijn (zogenaamd) ras en zijn huidskleur. 

Volgens de correctionele rechtbank waren de feiten van weerspannigheid eveneens bewezen. 

De correctionele rechtbank kende een probatieopschorting van de uitspraak van de veroordeling toe, gelet op het feit dat de beklaagde psychische stoornissen vertoonde. Hij moet zich onder meer medisch laten behandelen. De inspecteur kreeg een morele schadevergoeding van 250 euro. Unia kreeg 1 euro symbolische schadevergoeding. 

Aandachtspunten 

Dit vonnis onderstreept het belang van het opstellen van een zo volledig mogelijk aanvankelijk proces-verbaal. De inspecteur en zijn collega hadden in het proces-verbaal de verklaringen van de jongeman letterlijk opgenomen. Daarnaast wezen ze er in het proces-verbaal op dat de jongeman de omstaanders ophitste tegen de politie-inspecteurs. Op grond daarvan oordeelde de correctionele rechtbank dat aan de voorwaarden van het aanzettingsmisdrijf was voldaan. 

Unia was betrokken partij. 

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?