Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Namen, afdeling Namen, 27 oktober 2023

Tijdens een teambuilding-activiteit werd een man ‘s ochtends gewekt door een collega die met zijn penis in het gezicht van de man sloeg. De correctionele rechtbank oordeelde dat er sprake was van het aantasten van de seksuele integriteit van de man.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 27/10/2023
Domeinen: Arbeid, Samenleving
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Belaging en elektronische belaging, Haatmisdrijf op basis van een vermeend beschermd kenmerk, Niet-consensuele seksuele handelingen
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Namen
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten  

Tijdens een verblijf in het buitenland, in het kader van een teambuilding-activiteit, werd een man ’s ochtends gewekt door een collega (eerste beklaagde) die met zijn penis over het linkeroor, de wang en de lippen van de man aan het wrijven was. Vervolgens sloeg die collega ook nog met zijn penis in het gezicht van de man.

Een tweede collega (tweede beklaagde) had, zodra de man bij het bedrijf werkte, seksueel getinte opmerkingen gemaakt. Die collega raakte meermaals de billen en geslachtsdelen van de man aan en wreef over zijn hoofd.

Juridische kwalificatie  

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:  

  • Aantasting van de seksuele integriteit (artikel 417/7 oud Strafwetboek) (eerste beklaagde).
  • Tweede beklaagde: Belaging (artikel 442bis oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 442ter oud Strafwetboek) (tweede beklaagde).

Beslissing 

De correctionele rechtbank oordeelde dat de feiten bewezen waren in hoofde van de eerste beklaagde. Hij kreeg de gunst van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling gedurende een periode van 3 jaar.  De eerste beklaagde moest aan het slachtoffer een morele schadevergoeding betalen van 500 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1.800 euro.

De tweede beklaagde werd vrijgesproken. Het slachtoffer had soms meegedaan met de tweede beklaagde en eveneens misplaatste opmerkingen gemaakt. Daardoor wekte het slachtoffer de indruk dat hij het gedrag van de tweede beklaagde tolereerde. De correctionele rechtbank oordeelde dat de tweede beklaagde daardoor niet kon weten dat hij de rust van het slachtoffer ernstig verstoorde.

Aandachtspunten

De feiten vonden plaats in het buitenland, maar konden worden vervolgd in België op grond van artikel 7 V.T. Sv.

Het slachtoffer verklaarde dat hij heteroseksueel was. Dat belet evenwel niet dat een homofobe discriminerende drijfveer kan worden weerhouden, want in het Strafwetboek staat dat een beschermd kenmerk eveneens kan worden ‘vermeend’ door de dader.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Corr.rb. Namen, afd. Namen, 27/10/2023 - Rolnummer 2023/1117

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?