Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, 20 oktober 2017

Een man geeft in zijn privé-woning een interview aan 1 journalist in het bijzijn van zijn raadsman. Tijdens dat interview zou hij verklaard hebben dat "de N-VA van vandaag de rechtstreekse erfgenamen zijn van de collaborateurs van vroeger". Dat blijkt uit het uiteindelijk gepubliceerd artikel. Er is niet voldaan aan de openbaarheidsvereiste.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 20/10/2017
Domeinen: Media en sociale media, Samenleving
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van politieke overtuiging
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf, Haatmisdrijf, Belediging, Laster en eerroof
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Oost-Vlaanderen
Unia (burgerlijke) partij: neen

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Laster en eerroof (artikel 443 e.v. oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 453bis oud Strafwetboek).
  • Belediging (artikel 448 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 453bis oud Strafwetboek).

Beslissing

De correctionele rechtbank spreekt de man vrij. 

De correctionele rechtbank meent dat  niet voldaan is aan de openbaarheidsvereiste. De man deed zijn uitlatingen namelijk in een privé-woning, in aanwezigheid van zijn eigen raadsman en 1 journalist. 

Ook van laster, in zoverre het gaat om mondelinge uitlatingen, kan er geen sprake zijn: de beledigde was niet aanwezig toen de uitlatingen werden gedaan. 

Tot slot kan er ook geen sprake zijn van een schriftelijke verspreiding van een lasterlijke aantijging, aangezien de man dan minstens 1 geschrift zelf verspreid zou moeten hebben, wat evenmin het geval is.

Unia was geen betrokken partij.

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?