Correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, 7 december 2004
In deze zaak van discriminatie bij het verhuren van een appartement heeft de correctionele rechtbank de inbreuken op artikel 2 van de antiracismewet aanvaard.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Rassendiscriminatie bedrijven bij het leveren of het aanbieden van levering van een goed of dienst (artikel 2 antiracismewet 1981 – thans artikel 254 Strafwetboek).
Beslissing
De correctionele rechtbank oordeelde dat de eigenaar over geen enkele 'redelijke en objectieve rechtvaardiging' beschikte om te weigeren aan betrokken paar van Kongolese origine te verhuren. De correctionele rechtbank oordeelde onder meer dat door bewust te weigeren de referenties van betrokken kandidaat-huurders na te gaan, de eigenaar zichzelf de mogelijkheid heeft onthouden om zijn slechte ervaringen met vreemde huurders te relativeren.
In deze zaak heeft de correctionele rechtbank de inbreuken op artikel 2 van de antiracismewet aanvaard. Het Centrum ontving 250 euro morele schadevergoeding.
Aandachtspunt
Bij ons weten is dit het eerste vonnis waarbij een strafrechter artikel 2 toepast voor een 'verdoken of verborgen' discriminatie. De (straf)rechtspraak inzake discriminatie bij huisvesting bleef tot nu toe beperkt tot gevallen van openlijke discriminatie in het openbaar (publicatie van discriminerende advertentie in krant/affiche in immobiliënkantoor).