Correctionele rechtbank Brussel (Franstalig), 5 juni 2001
Op 22 juni 1998 weigert een café in Brussel een bestelling op te nemen van een klas met leerlingen van Turkse en Marokkaanse origine.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Ondanks een gebrekkig onderzoek (het café is al 2 jaar gesloten en van de eigenaar ontbreekt elk spoor, het personeel is nooit geïdentificeerd, laat staan ondervraagd, de enige bron is de lerares die zich burgerlijke partij gesteld heeft) beslist het parket om de eigenaar van het café te vervolgen op basis van de antiracismewet.
Juridische kwalificatie
Het parket vervolgde de beklaagde voor:
- Aanzetten tot discriminatie, rassenscheiding, haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 1, 2° antiracismewet 1981 – thans artikel 250, 3°-4° Strafwetboek).
- Rassendiscriminatie bedrijven bij het leveren of het aanbieden van levering van een goed of dienst (artikel 2 antiracismewet 1981 – thans artikel 254 Strafwetboek).
Beslissing
De correctionele rechtbank is van oordeel dat het aanzetten tot discriminatie, haat of geweld niet bewezen is, maar meent wel dat de beklaagde zich schuldig maakte aan discriminatie toen ze weigerde die leerlingen te bestellen. Daarom veroordeelt de rechter de beklaagde tot een geldboete van 60.000 BEF en een morele schadevergoeding van 5.000 BEF aan de burgerlijke partij.