Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, 10 mei 2000

Op 10 mei 2000 velde de correctionele rechtbank van Hasselt 2vonnissen in verband met het weigeren van allochtonen in 2 dancings in het Hasseltse. In deze zaak betreft het de samenvoeging van 3 dossiers over verschillende portiers van dezelfde dancing tegenover verschillende slachtoffers.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 10/05/2000
Domeinen: Goederen en diensten, Samenleving
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (strafrechtelijk), Discriminatie in domein aanbieden goederen en diensten
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Limburg
Unia (burgerlijke) partij: neen

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden onder meer voor:

  • Rassendiscriminatie bedrijven bij het leveren of het aanbieden van levering van een goed of dienst (artikel 2 antiracismewet 1981 – thans artikel 254 Strafwetboek).

Beslissing

In een deelzaak werd het bewijs van discriminatie geleverd door het realiseren van een video-opname en een bandopname van het gesprek tussen de beklaagde en het slachtoffer. De correctionele rechtbank is van oordeel dat "deze video-opnames, zelfs als ze buiten het medeweten van de portiers werden gemaakt, op zich geen onrechtmatig verkregen bewijs oplevert. Het feit dat deze opnames gebeurden met het oog op het vaststellen van bepaalde feiten, betekent immers niet dat de feiten werden uitgelokt". De beklaagde wordt dan ook schuldig bevonden aan een inbreuk op artikel 2 van de antiracismewet.

In de andere gevallen, waar dit bewijs ontbreekt, was de rechter van oordeel dat het hanteren van selectiecriteria door een portier weliswaar tot vergissingen en mistoestanden kan leiden, maar dat deze geen bewijzen zijn van een inbreuk op de antiracismewet. Vrijspraak voor portiers en zaakvoerder.

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?