Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 20 april 2010
Een politicus van de Front National (Frankrijk) heeft omwille van uitlatingen ten aanzien van de bevolking van moslimafkomst veroordelingen opgelopen op strafrechtelijk vlak aangezien zijn bewoordingen aanzetten tot haat. Hij meent dat zijn recht op vrijheid van meningsuiting hierdoor in het gedrang komt. Het Hof oordeelt dat de tussenkomst van de Staat via zijn hoven en rechtbanken noodzakelijk was.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Gepubliceerd op: 20/04/2010
Domeinen: Media en sociale media
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van geloof of levensbeschouwing
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf
Rechtsmacht: Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Rechtsgebied: Raad van Europa
Unia (burgerlijke) partij: neen
Jean-Marie Le Pen tegen Frankrijk (18788/09)
Wetgeving:
- Artikel10 (Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (4 november 1950) (artikel 10 EVRM).