Grondwettelijk Hof, 15 januari 2026
Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat het ongrondwettig is dat in de Brusselse wetgeving op de kinderbijslag de toeslag voor een kind met een handicap niet meer wordt toegekend nadat het kind dat studies volgt 21 jaar is geworden.
Feiten
Aan het Grondwettelijk Hof werden 2 prejudiciële vragen gesteld over een Brusselse ordonnantie van 25 april 2019 die de leeftijdsgrens voor de toekenning van een toeslag op de kinderbijslag verbonden aan een handicap op 21 jaar legt.
- De eerste prejudiciële vraag heeft betrekking op het verschil in behandeling tussen de studenten met een handicap naargelang zij jonger dan 21 of tussen 21 en 25 jaar oud zijn. Terwijl de studenten van de eerste categorie zowel de basiskinderbijslag als de aan de handicap verbonden toeslag op de kinderbijslag kunnen genieten, kunnen de studenten van de tweede categorie, in hun hoedanigheid van student, de basiskinderbijslag genieten, maar kunnen zij de aan de handicap verbonden toeslag op de kinderbijslag niet genieten.
- De tweede prejudiciële vraag heeft betrekking op de identieke behandeling van de studenten die tussen 21 en 25 jaar oud zijn, ongeacht of zij al dan niet een handicap hebben. De studenten van beide categorieën kunnen, in hun hoedanigheid van student, de basiskinderbijslag genieten, zonder dat diegenen met een handicap daarenboven de aan de handicap verbonden toeslag op de kinderbijslag kunnen genieten.
Beslissing
Het is volgens het Grondwettelijk Hof ongrondwettig dat, in de Brusselse wetgeving op de kinderbijslag, de toeslag voor een kind met een handicap niet meer wordt toegekend nadat het kind dat studies volgt 21 jaar is geworden.
Het Grondwettelijk Hof stelt dat de artikelen 12 en 26 van de ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, in de versie ervan vóór en na de inwerkingtreding van de artikelen 2 en 3 van de ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 15 december 2022 tot wijziging van de ordonnantie van 4 april 2019 tot vaststelling van het betaalcircuit voor de gezinsbijslag en de ordonnantie van 25 april 2019 tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 4, 5 en 24 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, schenden in zoverre zij de leeftijdsgrens voor de toekenning van de toeslag op de kinderbijslag verbonden aan de handicap beperken tot de leeftijd van 21 jaar.
Aandachtspunt
Het Grondwettelijk Hof verwijst naar een aanbeveling van Unia van 21 juni 2024 ('Verlies van de verhoogde gezinsbijslag op de leeftijd van 21 jaar nood aan coherentie in de steunregeling voor personen met een handicap').
In die aanbeveling merkt Unia onder meer op dat de leeftijd van 21 jaar, vanaf wanneer de toeslag op de kinderbijslag verbonden aan de handicap niet meer wordt toegekend, geen pertinent criterium is om de toekenning van die toeslag te beëindigen, aangezien die leeftijd "tegelijkertijd afwijkt van de leeftijd waarop de federale tegemoetkoming aan personen met een handicap wordt toegekend (18 jaar) en van de leeftijd waarop de gewone gezinsbijslag afloopt […] (25 jaar)" (punt 3.3.1). Bovendien herinnert Unia eraan dat de voorwaarden voor de toekenning van de toeslag op de kinderbijslag verbonden aan de handicap verschillen van die voor de toekenning van de federale tegemoetkomingen aan personen met een handicap zodat een persoon die de toeslag heeft ontvangen, niet noodzakelijkerwijs een federale tegemoetkoming ontvangt zodra hij de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt (punt 3.3.2). Unia besluit daaruit dat de in het geding zijnde regeling discriminerend is.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: GwH, 15/1/2026 - Rolnummer 8375 - Arrest nr. 7/2026
Wetgeving:
- Internationaal verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (12 december 2006) en facultatief protocol (13 december 2006) (officiële Engelstalige versie op de website van de VN)
- Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot regeling van de toekenning van gezinsbijslag (25 april 2019)