Ga verder naar de inhoud

Grondwettelijk Hof, 19 januari 2023

Niet enkel de arbeidsrechtbank, maar ook de correctionele rechtbank kan aan het slachtoffer van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk de forfaitaire schadevergoeding van 3 of 6 maanden brutoloon uit de welzijnswet toekennen.

Gepubliceerd op: 19/01/2023
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Geen beschermd kenmerk
Rechtsinbreuk(en): Inbreuk welzijnswet en/of sociaal strafwetboek
Rechtsmacht: Grondwettelijk Hof
Rechtsgebied: België
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

In artikel 32decies, § 1/1 van de welzijnswet staat dat het slachtoffer van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk een vordering tot schadevergoeding kan instellen bij de arbeidsrechtbank. Het slachtoffer kan kiezen uit 2 soorten schadevergoeding:

  • werkelijk geleden schade
  • forfaitair bedrag van 3 of 6 maanden brutoloon

Prejudiciële vraag

Het hof van beroep van Luik vraagt aan het Grondwettelijk Hof om na te gaan of deze bepaling geen schending inhoudt van het gelijkheidsbeginsel. Dat is relevant omdat ook de correctionele rechtbank kennis kan nemen van feiten van geweld op het werk die werden gepleegd met overtreding van de welzijnswet en uitspraak kan doen over de daarop betrekking hebbende burgerlijke vordering. 

Indien de bepaling zo moet worden geïnterpreteerd dat ze enkel geldt voor de arbeidsrechtbank, dan zou dit betekenen dat de correctionele rechtbank de forfaitaire schadevergoeding uit de welzijnswet niet kan toekennen aan het slachtoffer van feiten van geweld op het werk en dat het slachtoffer in dat geval altijd de werkelijke schade moet bewijzen.

Beslissing

Het Grondwettelijk Hof stelt dat, in de interpretatie van het hof van beroep, de bepaling een verschil in behandeling doet ontstaan tussen slachtoffers die herstel vorderen voor de arbeidsrechtbank en slachtoffers die herstel vorderen voor de correctionele rechtbank:

  • In het eerste geval kan het slachtoffer een forfaitaire schadevergoeding vragen. 
  • In het tweede geval moet het slachtoffer altijd de werkelijke schade bewijzen. Dit is volgens het Grondwettelijk Hof in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Het Grondwettelijk Hof stelt echter dat de bepaling ook in die zin kan worden geïnterpreteerd dat het slachtoffer ook voor de correctionele rechtbank de forfaitaire schadevergoeding uit de welzijnswet kan vorderen. In die interpretatie is ze niet strijdig met het gelijkheidsbeginsel.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: GwH, 19-1-2023, nr. 8/2023

Wetgeving: 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?