Hof van beroep Bergen, 16 juni 2020
De feiten spelen zich af binnen een gevangenis waarbij het slachtoffer slagen krijgt van medegevangenen die hem de toegang tot de wandelplaats ontzeggen met homofobe uitspraken. 2 gedetineerden worden in eerste aanleg veroordeeld met verzwarende omstandigheden, de 3e niet. Het is deze beklaagde die in beroep gaat.
[Zie ook: Hof van Cassatie, 19 juni 2019]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
Beslissing
Het arrest bevestigt de uitspraak geveld in eerste aanleg en weerhoudt de verzwarende omstandigheden niet ten aanzien van de 3e beklaagde. Het hof van beroep benadrukt dat de verzwarende omstandigheid subjectief is en het hof van beroep dus niet gebonden is door het feit dat de verzwarende omstandigheid werd weerhouden voor de 2 andere gedetineerden.
Unia was geen betrokken partij.