Hof van beroep Bergen, 4 maart 2026
2 personen worden het slachtoffer van homofobe agressie. De correctionele rechtbank oordeelde dat de beklaagde moest worden vrijgesproken op grond van twijfel. Het hof van beroep onderzoekt de feiten opnieuw en komt tot het besluit dat de verdachte wel degelijk één van de daders was.
[Eerste aanleg: Correctionele rechtbank Henegouwen, afdeling Bergen, 23 juni 2025]
Feiten
Wanneer 2 vrienden in augustus 2022 een festival in Boussu verlaten, worden ze aangevallen door een aantal mannen. Ze worden zwaar toegetakeld. Er worden ook homofobe opmerkingen gemaakt. Eén persoon wordt aangehouden door de politie, maar hij beweert dat hij enkel tussenkwam om de vechtende mannen van elkaar te scheiden.
De correctionele rechtbank oordeelde dat de beklaagde moest worden vrijgesproken op grond van twijfel.
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Opzettelijke slagen en verwondingen met ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge (artikel 399 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
- Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
Beslissing
Het hof van beroep onderzoekt de zaak opnieuw en leidt uit 8 elementen af dat de verdachte wel degelijk één van de daders was. Het hof van beroep verwijst onder meer naar de verklaringen van de slachtoffers en getuigen. Het haatmotief kan volgens het hof van beroep worden afgeleid uit de woorden die de dader gebruikte tijdens de aanval (zoals "il y a des pédés, ici", "sale pédé" en "crève, sale pédé").
De beklaagde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar en een geldboete van 400 euro, beide met uitstel gedurende 3 jaar.
Eén van de slachtoffers stelde zich burgerlijke partij en krijgt een schadevergoeding van 5.000 euro (en een rechtsplegingsvergoeding). Unia stelde zich burgerlijke partij naast het slachtoffer en krijgt een schadevergoeding van 500 euro (en een rechtsplegingsvergoeding).
Unia was betrokken partij.
Afgekort: HvB Bergen, 4/3/2026 - Rolnummer 2025/H/379