Ga verder naar de inhoud

Hof van beroep Luik, 18 juni 2019

Een jonge asielzoeker wordt in de loop van de namiddag aangevallen zonder de minste aanleiding. Wanneer de asielzoeker later op de avond op dezelfde plek in Couvin passeert, dient dezelfde dader, vergezeld van een vriend, hem messteken toe. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat de dader vijandig staat tegenover de aanwezigheid van vreemdelingen.

[Eerste aanleg: Correctionele rechtbank Namen, afdeling Dinant, 7 november 2018]

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 18/06/2019
Domeinen: Samenleving
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Doodslag, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Hof van beroep
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: ja

Feiten

In juli 2016 fietst een Afghaanse kandidaat-asielzoeker in het centrum van Couvin. Hij verbleef er in het opvangcentrum. Zonder aanwijsbare redenen kreeg hij van een persoon vuistslagen en stampen met de voet. De getuigen wijzen op racistische bewoordingen.  De kandidaat asielzoeker kan vluchten, maar in zijn haast vergeet hij zijn teenslippers en fietspomp.  Die avond keert hij terug naar de plaats van de feiten om zijn persoonlijke spullen op te halen. De agressor is nog ter plaatse en verkeert  in een ver gevorderd stadium van alcoholintoxicatie.  Hij richt zich opnieuw tot de kandidaat-asielzoeker en dient hem vervolgens messteken en verschillende slagen toe. Het slachtoffer overleefde gelukkig zijn verwondingen, maar ondervindt nog belangrijke psychologische nadelen als gevolg van de agressie. 

Een andere persoon werd vervolgd voor het toebrengen aan de betrokkene van een slag in het gezicht met een zak gevuld met bierblikjes tijdens de avondlijke schermutseling. Het slachtoffer verwees ook naar slagen van andere personen, maar het onderzoek kon die andere personen niet identificeren.  

De dader rechtvaardige zijn slagen omdat de kandidaat-asielzoeker naar zijn vriendin had gekeken. 

Unia stelde zich burgerlijke partij naast het slachtoffer. 

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor:

  • Poging tot doodslag (doden met het oogmerk om te doden) (artikel 393 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
  • Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
  • Inbreuk op de wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens (wapenwet).

Beslissing

Het hof van beroep bevestigt het vonnis van de correctionele rechtbank en stelt dat alle tenlasteleggingen ten aanzien van de hoofdverdachte bewezen zijn.  

Om de verzwarende omstandigheid van racisme te weerhouden, steunen de rechtbank en het hof op meerdere elementen:  

  • Gratuit karakter van de agressie.
  • De hoofdverdachte maakt deel uit van een  jongerenbende die de kandidaat-asielzoekers in Couvin niet aanvaarden.  Ze provoceren de asielzoekers en uiten racistische beledigingen.
  • De partner van de hoofdverdachte getuigt over een zekere aversie tegen kandidaat-asielzoekers die “daar niet moeten zijn.”  
  • De woorden gebruikt door de hoofdverdachte. Hij rechtvaardigt zijn agressie door de hele gemeenschap te stigmatiseren (“ze kijken naar meisjes”).  Hij duidt het slachtoffer aan als “de vluchteling”  of “de Arabier” , wat volgens de eerste rechter wijst op  “bewoordingen die blijk geven van een manifest en stigmatiserend identitair denken.

De verdachte die de messteken toebracht, werd veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 10 jaar, wat meer is dan in eerste aanleg. 

De tweede verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk toebrengen van een lichamelijk letsel.  Het verwerpelijk motief (racisme) werd niet weerhouden. De elementen in het dossier wegen te licht om het racistisch motief aan te tonen. 

Aandachtspunten

De motivering van de rechters om het bestaan van een haatmotief aan te tonen is interessant. De racistische beledigingen werden  niet aangetoond op het ogenblik van de strafbare feiten zélf  en de verdachte wierp een aantal argumenten op zonder racistische connotatie om zijn daden te rechtvaardigen.  De aanwezigheid van verschillende indicatoren hebben de rechters overtuigd om  het  haatmotief te  weerhouden.  

De feiten wijzen ook op  de diepe impact van haatmisdrijven op de slachtoffers. Verschillende studies tonen de belangrijke psychologische gevolgen aan.   Het slachtoffer is niet toevallig slachtoffer omdat hij/zij zich op het verkeerde tijdstip op een verkeerde plaats bevond, of ten gevolge van een conflictsituatie met de dader, maar wordt integendeel juist zorgvuldig uitgekozen op basis van een specifiek bestanddeel van zijn identiteit. Het haatmisdrijf raakt niet alleen het slachtoffer in zijn fysieke integriteit, maar ook in zijn eigen identiteit, en het raakt eveneens de gemeenschap waartoe hij behoort.   

Hier had de agressie niet alleen zware psychologische gevolgen voor het slachtoffer, maar ook voor de andere kandidaat-asielzoekers van het asielcentrum.  Na de agressie, wensten zij hun emoties te delen door een boodschap van verdraagzaamheid te sturen naar de inwoners van Couvin.  

Unia was betrokken partij in eerste aanleg.

 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?