Ga verder naar de inhoud

Hof van beroep Luik, 19 mei 2026

2 verdachten moesten zich verantwoorden voor de correctionele rechtbank voor hun betrokkenheid bij een bende jongeren die 's nachts in Luik 2 homoseksuele mannen op gewelddadige wijze overvielen en beroofden. Ze waren ook betrokken bij het op straat overvallen en bestelen van een 88-jarige vrouw. 

[Eerste aanleg: Correctionele rechtbank Luik, afdeling Luik, 6 januari 2026

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 19/05/2026
Domeinen: Samenleving
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie
Rechtsinbreuk(en): Haatmisdrijf, Diefstal, Slagen en verwondingen
Rechtsmacht: Hof van beroep
Rechtsgebied: Luik
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

De 2 beklaagden in deze zaak werden vervolgd voor hun betrokkenheid bij 3 overvallen: 

  • De eerste overval betrof een jongeman die om 5 uur 's ochtends op straat werd uitgescholden voor "PD" (vrije vertaling: "homo") door een bende jongeren. Vervolgens werd hij gedurende 20 minuten geslagen en meegenomen naar een bankautomaat waar hij geld moest afhalen. 
  • De tweede overval vond eerder die ochtend plaats en betrof een andere jongeman die, ook door een bende jongeren, op straat werd aangevallen en bewusteloos geslagen. De jongeren namen zijn gsm en bankkaart af. Het slachtoffer werd verplicht om zijn geheime code prijs te geven waardoor de jongeren enkele betalingen konden verrichten met zijn bankkaart. Vervolgens gingen ze verder feesten in de uitgaansbuurt van Luik. 
  • Beide overvallen werden gefilmd met een gestolen iPhone. De filmpjes kwamen terecht in een account van de vorige eigenaar. De politie kon één van de daders herkennen. Onder 2 filmpjes had hij geschreven: "Voilà ce qu’on fait à Liège aux pédés" (vrije vertaling: "Ziehier wat wij in Luik doen met homo's"). Hij verklaarde dat hij "om persoonlijke redenen" problemen had met homo's. 
  • De derde overval betrof een 88-jarige dame die op straat brutaal werd beroofd van haar handtas. Later werd gebruik gemaakt van haar bankkaart. 

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagden voor: 

  • Diefstal met geweld (artikel 468 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende factor (artikel 78bis en 78ter oud Strafwetboek). 
  • Diefstal met geweld (artikel 468 oud Strafwetboek) met als verzwarende omstandigheid de kwetsbaarheid van het slachtoffer vanwege haar leeftijd  (artikel 471, leden 1 en 8 oud Strafwetboek). 
  • Informaticabedrog (artikel 504quater oud Strafwetboek).  

Beslissing

In eerste aanleg werd de eerste beklaagde veroordeeld voor de overval en de diefstal om 5 uur 's ochtends. Het discriminerende motief werd door de correctionele rechtbank erkend. Hij werd eveneens veroordeeld voor de overval op de 88-jarige vrouw en het gebruik van haar bankkaart. De correctionele rechtbank hield rekening met de kwetsbare toestand van het slachtoffer. 

De eerste beklaagde werd vrijgesproken voor de tweede overval.  

De tweede beklaagde werd veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij de overval op de 88-jarige vrouw wegens schuldig hulpverzuim (artikel 422bis van het  oud Strafwetboek) (na herkwalificatie door de correctionele rechtbank) en voor het gebruik van haar bankkaart. 

Het Openbaar Ministerie had beroep aangetekend tegen het vonnis, maar uitsluitend tegen de opgelegde straf en de vrijspraak van de tweede beklaagde voor de overval op de bejaarde dame. De overige tenlasteleggingen in het dossier werden dus niet betwist. 

Het hof van beroep oordeelde dat de betrokkenheid van de tweede beklaagde bij de overval op de 88-jarige vrouw niet beperkt bleef tot het niet-verlenen van hulp aan een persoon in gevaar en dat de oorspronkelijke kwalificatie van diefstal met geweld dus terecht was. 

Het hof van beroep verzwaart de in eerste aanleg opgelegde straffen. 

  • De eerste beklaagde wordt uiteindelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar effectief. 
  • De tweede beklaagde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar effectief.  

Aandachtspunt

Opvallend is de jonge leeftijd van de leden van de bende, die grotendeels uit minderjarigen bestond. Dit arrest van het hof van beroep (en het vonnis van 6 januari 2026) betreft 2 meerderjarigen die, vanwege hun meerderjarigheid, door correctionele rechtbanken konden worden berecht. 

Unia was geen partij in de zaak. 

Afgekort: Luik, 19/5/2026 - rolnummer 2026/CO/265 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?