Hof van beroep Bergen, 24 juni 2005
Een woordenwisseling in een postkantoor, in het bijzijn van getuigen, tussen een persoon van Italiaanse afkomst en een politieman in burger, wordt verder gezet op straat en zelfs op het politiekantoor.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
In eerste aanleg meende de correctionele rechtbank van Doornik, bij vonnis van 1 juni 2004, dat de inbreuk niet bewezen was.
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:
- Aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon (artikel 1, 1° antiracismewet 1981 – thans artikel 250, 1°-2° Strafwetboek).
Beslissing
Het hof van beroep is de mening toegedaan dat de bewoordingen geuit ten aanzien van het slachtoffer, tenminste in het postkantoor, duidelijk uiting geven aan het gedachtegoed dat een vreemdeling niet het recht heeft om zijn ongenoegen te verwoorden over de werkwijze van een openbare dienst en dat ze van aard zijn om de afkeer van het publiek aan te wakkeren ten aanzien van 'vreemdelingen' die hun recht op vrije meningsuiting uitoefenen.
Er is dus sprake van aanzetten tot discriminatie ten aanzien van een persoon omwille van zijn nationale afstamming.