Ga verder naar de inhoud

Hof van beroep Brussel (Franstalig), 21 oktober 1985

Ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen van 10 oktober 1982 circuleerden er in Vorst heel wat documenten waarin de heer Joseph P. werd aangevallen (karikaturen waarin hij werd afgebeeld als Judas). Een vordering op basis van de antiracismewet werd ingesteld, waarbij MRAX en B'Nai B'Rith zich burgerlijke partij stelden.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 21/10/1985
Domeinen: Media en sociale media
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf
Rechtsmacht: Hof van beroep
Rechtsgebied: Brussel
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Op 30 maart 1984 sprak de correctionele rechtbank van Brussel de uitgever en de tekenaar vrij omdat de rechtbank van mening was dat in het electorale klimaat de term Judas in zijn algemene betekenis van verrader werd gebruikt, d.w.z. als iemand die zijn politieke relaties niet had gerespecteerd. 

De correctionele rechtbank oordeelde dat noch de uitgever, noch de tekenaar wilden “insinueren dat het verraad waarop de karikaturen - in de persoon van Joseph P - een allusie maakten, een karakteristiek kenmerk vormt van een volk, een ras, een sociale groep of de religie waartoe de heer Joseph P beweert te behoren” en dat ze dus niet wilden aanzetten tot haat wegens het ras.

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Aanzetten tot discriminatie, haat of geweld jegens een persoon (artikel 1, 1° antiracismewet 1981 – thans artikel 250, 1°-2° Strafwetboek).

Beslissing

Het hof van beroep van Brussel verklaart zich onbevoegd omdat de karikaturen die aan de basis liggen van de klacht slechts een racistische inslag hebben wanneer men ze samen met de begeleidende tekst leest.

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?