Hof van Cassatie, 1 april 2019
Een dame wordt ernstig ziek rond haar 50e. Haar werkgever voorziet een vorm van inkomensgarantie tot de leeftijd van 60. Daarna kan ze ofwel op pensioen gaan, ofwel in dienst blijven maar zonder inkomensgarantieregeling en dus met enkel de uitkering van het ziekenfonds. Ze roept discriminatie in zowel op grond van leeftijd als op grond van handicap en gezondheid.
[Eerste aanleg: Arbeidsrechtbank Brussel (Nederlandstalig), 12 oktober 2015]
[Hoger beroep: Arbeidshof Brussel (Nederlandstalig), 21 februari 2017]
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Het arbeidshof van Brussel beslist op 21 februari 2017 dat er geen sprake is van discriminatie op grond van leeftijd in het kader van deze aanvullende regeling voor sociale zekerheid aangezien het onderscheid niet leidt tot discriminatie op grond van geslacht. De dame heeft wel degelijk een handicap maar ze heeft nooit om redelijke aanpassingen gevraagd voor een herinschakeling. Daarom kon de werkgever zich niet schuldig maken aan indirecte discriminatie op grond van handicap.
Beslissing
Het Hof van Cassatie verbreekt het arrest voor wat betreft de leeftijdsdiscriminatie. De antidiscriminatiewet bedoelt de aanvang maar niet de duur of het einde van de tussenkomst. Door een einddatum te voorzien van de tussenkomst op grond van een leeftijdsgrens is er wel degelijk sprake van discriminatie.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: Cass., 1-04-2019
Wetgeving:
- Artikel 6 EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)
- Artikel 78 Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten (3 juli 1978)
- Artikel 12, § 2, 3° Wet ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (antidiscriminatiewet) (10 mei 2007)