Hof van Cassatie, 13 januari 2026
Het hof van beroep van Gent bevestigde in een arrest van 20 juni 2025 de veroordeling van de leider en 5 leden van de groepering Schild & Vrienden voor aanzetten tot discriminatie, segregatie, haat en/of geweld, negationisme, verspreiden van racistische denkbeelden en lidmaatschap van een racistische groepering.
Tegen het arrest werd cassatieberoep ingesteld. Het Hof van Cassatie verwerpt de cassatieberoepen.
[Eerste aanleg: Correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, 12 maart 2024]
[Hoger beroep: Hof van beroep Gent, 20 juni 2025]
[Zie ook: Hof van Cassatie, 26 oktober 2021]
Feiten
Op 5 september 2018 zond de VRT een Pano-reportage uit over de groepering Schild & Vrienden. Uit die reportage bleek dat in besloten chatgroepen van Schild & Vrienden grote hoeveelheden racistisch en negationistisch materiaal werd uitgewisseld.
In een arrest van 20 juni 2025 bevestigde het hof van beroep van Gent de veroordeling van de leider en 5 leden van de groepering Schild & Vrienden:
- DVL werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar (met 3 jaar uitstel) en een geldboete van 1.600 euro.
- BS werd veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur en een geldboete van 1.600 euro.
- JVO werd veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur en een geldboete van 1.600 euro.
- ADV en JG werden elk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden (met 3 jaar uitstel) en een geldboete van 1.600 euro.
- WD kreeg de gewone opschorting gedurende een proeftermijn van 3 jaar.
Tegen het arrest werd cassatieberoep ingesteld door DVL, BS, JVO, ADV en JG.
Beslissing
Het Hof van Cassatie verwerpt de cassatieberoepen. Een aantal cassatiemiddelen berusten volgens het Hof van Cassatie op een onjuiste lezing van het arrest of op een onaantastbare beoordeling van de feiten door het hof van beroep.
Eén van de aangevoerde cassatiemiddelen was dat het arrest een deskundigenverslag zou hebben geweerd, maar niet de bewijzen die op dat deskundigenverslag waren gesteund. Volgens het Hof van Cassatie berust dit middel op een onjuiste lezing van het arrest dat onmiskenbaar oordeelt "dat er geen bewijselementen zijn die de vrucht zijn van het geweerde deskundigenverslag".
Ook werd aangevoerd dat de groepering Schild & Vrienden 2 identiteiten (of 2 gezichten) heeft. Een openbare identiteit voor het grote publiek (waaraan geen strafbare gedragingen kunnen worden verweten) en een identiteit die zich afspeelt in een besloten Facebook- en Discordgroep (waaraan wel strafbare gedragingen kunnen worden verweten). Er zou niet zijn aangetoond dat de eisers wetens en willens deel uitmaakten van de strafbare identiteit van Schild & Vrienden. Volgens het Hof van Cassatie berust ook dit middel op een onjuiste lezing van het arrest. Het gegeven dat de groepering 2 identiteiten heeft, neemt niet weg dat het hof van beroep kon vaststellen dat de eisers in cassatie wetens en willens deel uitmaakten van de groepering en zich daarbij schuldig maakte aan het verenigingsmisdrijf.
Nog werd aangevoerd dat de besloten Facebook- en Discordgroepen geen openbaar karakter zouden hebben in de zin van artikel 444 Strafwetboek. Het Hof van Cassatie oordeelt dat het versturen van berichten, binnen een afgeschermde of slechts beperkt toegankelijke groep van een communicatie of sociale mediaplatform, aan de leden van de groep, moet worden beschouwd als het versturen van een geschrift in de zin van artikel 444, laatste lid oud Strafwetboek. Het is een geschrift dat niet openbaar is gemaakt, maar toch aan verschillende personen werd toegestuurd of medegedeeld.
Ook werd verwezen naar het feit dat conclusies die tijdens de rechtszitting werden neergelegd (met het oog op het bepalen van nieuwe conclusietermijnen en een nieuwe rechtsdag) door het hof van beroep werden geweerd wegens laattijdigheid zonder dit te motiveren. Maar het Hof van Cassatie wijst erop dat het hof van beroep de aangevoerde argumenten wel degelijk heeft beoordeeld en beantwoord (en verworpen).
Unia was betrokken partij.
Afgekort: Cass., 13/1/2026 - Rolnummer P.25.1055.N/1
Wetgeving:
- Artikel 14.1 Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (16 december 1966) (officiële Engelstalige versie op de website van de VN) (artikel 14.1 IVBPR)
- Artikel 6 Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (4 november 1950) (artikel 6 EVRM)
- Artikel 149 Grondwet
- Artikel 6.5, artikel 8.17 en artikel 8.18 Burgerlijk Wetboek
- Artikel 11 en artikel 17 Gerechtelijk Wetboek
- Artikel 4, artikel 27 en artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering
- Artikel 152 Wetboek van strafvordering
- Artikel 20, 3° en 4° en artikel 22 Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden (antiracismewet) (30 juli 1981)
- Artikel 1 Wet tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd (negationismewet) (23 maart 1995)