Hof van Justitie van de Europese Unie, 10 mei 2011
Aan een werknemer die een geregistreerd partnerschap heeft afgesloten met een partner van hetzelfde geslacht, omdat het huwelijk voor hen niet toegankelijk is, moeten dezelfde rechten inzake aanvullend ouderdomspensioen worden toegekend als aan gehuwden.
Jürgen Römer tegen Freie und Hansestadt Hamburg (C-147/08)
Feiten
Deze zaak is gelijkaardig aan de zaak Tadao Maruko tegen Versorgungsanstalt der deutschen Bühnen (nr. C-267/06), maar betreft een bijkomend ouderdomspensioen waarvan de berekening gunstiger is voor een gehuwd paar dan voor een paar met een geregistreerd partnerschap.
Beslissing
Richtlijn 2000/78/EG moet aldus worden uitgelegd dat aanvullende ouderdomspensioenen zoals die welke aan de voormalige werknemers van de Freie und Hansestadt Hamburg en hun nabestaanden worden uitgekeerd [...] niet op grond van artikel 3, lid 3, van deze richtlijn en evenmin op grond van punt 22 van de considerans ervan buiten de materiële werkingssfeer van voornoemde richtlijn vallen, wanneer zij beloningen in de zin van artikel 157 VWEU zijn.
De gecombineerde bepalingen van de artikelen 1, 2 en 3, lid 1, sub c, van richtlijn 2000/78 staan in de weg aan een nationale bepaling zoals § 10, lid 6, van voormelde wet van de deelstaat Hamburg, op grond waarvan een pensioenontvanger die een levenspartnerschap is aangegaan, een aanvullend ouderdomspensioen ontvangt dat lager is dan dat van een gehuwde pensioenontvanger die niet duurzaam gescheiden leeft, indien
- in de betrokken lidstaat het huwelijk is voorbehouden aan personen van verschillend geslacht, terwijl daarnaast een levenspartnerschap zoals dat waarin is voorzien bij het Gesetz über die Eingetragene Lebenspartnerschaft van 16 februari 2001, bestaat, dat is voorbehouden aan personen van hetzelfde geslacht, en
- er een directe discriminatie is op grond van de seksuele geaardheid, doordat bedoelde levenspartner zich naar nationaal recht in een situatie bevindt die, wat bedoeld pensioen betreft, juridisch en feitelijk vergelijkbaar is met die van een gehuwde persoon. De beoordeling van de vergelijkbaarheid behoort tot de bevoegdheid van de verwijzende rechter en moet worden toegespitst op de respectieve rechten en verplichtingen van gehuwden en personen die een levenspartnerschap hebben gesloten, zoals deze zijn geregeld in het kader van de desbetreffende instituten, die, gelet op het voorwerp en de voorwaarden voor de toekenning van de betrokken prestatie, relevant zijn.
In het geval dat § 10, lid 6, van het Hamburgische Gesetz über die zusätzliche Alters- und Hinterbliebenenversorgung für Angestellte und Arbeiter der Freien und Hansestadt Hamburg een discriminatie in de zin van artikel 2 van richtlijn 2000/78 vormt, kan een particulier zoals verzoeker in het hoofdgeding pas vanaf het verstrijken van de termijn voor de omzetting van deze richtlijn, dus vanaf 3 december 2003, aanspraak maken op een gelijke behandeling, zonder dat behoeft te worden gewacht totdat die bepaling door de nationale wetgever in overeenstemming met het Unierecht is gebracht.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, Jürgen Römer tegen Freie und Hansestadt Hamburg, 10/5/2011 – Rolnummer C-147/08
Wetgeving:
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)