Hof van Justitie van de Europese Unie, 10 november 2016
Richtlijn 2000/78 verzet zich niet tegen een belastingregeling op grond waarvan personen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt, onder bepaalde voorwaarden de scholingsuitgaven volledig op hun belastbare inkomen in aftrek kunnen brengen, terwijl dit recht op aftrek beperkt is voor personen die deze leeftijd reeds hebben bereikt.
J.J. de Lange tegen Staatssecretaris van Financiën (C-548/15)
Feiten
In 2008 is De Lange, die toen 32 jaar was, een opleiding tot verkeersvlieger gestart. In zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2009 voerde hij een persoonsgebonden aftrek van 44.057 euro aan scholingsuitgaven in verband met deze opleiding op.
Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat ingevolge de in het hoofdgeding aan de orde zijnde regeling personen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt, de scholingsuitgaven onder bepaalde voorwaarden volledig op het belastbare inkomen in aftrek mogen brengen. Voor personen die deze leeftijd hebben bereikt, is dat recht op aftrek daarentegen beperkt tot maximaal 15.000 euro.
De Nederlandse belastingdienst heeft aldus op grond van artikel 6.30 van de wet inkomstenbelasting aan de belanghebbende een forfaitaire aftrek van slechts 15.000 euro toegekend.
Beslissing
Artikel 3, lid 1, onder b), van Richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat een belastingregeling zoals aan de orde in het hoofdgeding, op grond waarvan de fiscale behandeling van scholingsuitgaven die door een persoon zijn gedaan, verschillend is naargelang van diens leeftijd, binnen de materiële werkingssfeer van deze Richtlijn valt, voor zover deze regeling de toegang van jongeren tot een opleiding beoogt te bevorderen.
Artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een belastingregeling zoals aan de orde in het hoofdgeding, op grond waarvan personen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt, onder bepaalde voorwaarden de scholingsuitgaven volledig op hun belastbare inkomen in aftrek kunnen brengen, terwijl dit recht op aftrek beperkt is voor personen die deze leeftijd reeds hebben bereikt, voor zover ten eerste die regeling objectief en redelijk wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel op het gebied van werkgelegenheids‑ en arbeidsmarktbeleid, en ten tweede de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of dit in het hoofdgeding het geval is.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, J.J. de Lange tegen Staatssecretaris van Financiën, 10/11/2016 – Rolnummer C-548/15
Wetgeving:
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)