Hof van Justitie van de Europese Unie, 11 november 2014
Met Richtlijn 2000/78 is onverenigbaar een nationale wettelijke regeling op grond waarvan, om een einde te maken aan discriminatie op grond van leeftijd, rekening wordt gehouden met opleidings- en diensttijdvakken van vóór de leeftijd van 18 jaar, maar tegelijkertijd voor door die discriminatie getroffen ambtenaren de wachttijd voor overgang van de eerste naar de tweede salaristrap van iedere tewerkstellingsgroep en iedere bezoldigingsgroep wordt verlengd met 3 jaar.
Leopold Schmitzer tegen Bundesministerin für Inneres (C-530/13)
Feiten
De Oostenrijkse wetgever wijzigt het verloningsstelsel binnen de openbare dienst om een einde te stellen aan een discriminatie op grond van leeftijd. Door deze wijziging kan de heer Schmitzer de vormingen en werkjaren voor de leeftijd van 18 jaar laten in aanmerking nemen. Doch tegelijkertijd verlengt de wetgever de periodes die nodig zijn om op bepaalde bevorderingen aanspraak te kunnen maken. Het verwijzende gerecht vraagt zich af of die verlenging verenigbaar is met het recht van de Unie doordat zij uitsluitend de ambtenaren treft die verzoeken om herziening van de peildatum voor hun salarisverhoging en hun bezoldigingspositie, met uitsluiting van ambtenaren die daar niet om verzoeken of voor wie wijziging van de peildatum irrelevant is.
Beslissing
De artikelen 2, leden 1 en 2, sub a, en 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78 moeten aldus worden uitgelegd dat daarmee onverenigbaar is een nationale wettelijke regeling op grond waarvan, om een einde te maken aan discriminatie op grond van leeftijd, rekening wordt gehouden met opleidings- en diensttijdvakken van vóór de leeftijd van 18 jaar, maar tegelijkertijd voor door die discriminatie getroffen ambtenaren de wachttijd voor overgang van de eerste naar de tweede salaristrap van iedere tewerkstellingsgroep en iedere bezoldigingsgroep wordt verlengd met 3 jaar.
De artikelen 9 en 16 van Richtlijn 2000/78 moeten aldus worden uitgelegd dat een ambtenaar die door de wijze van vaststelling van de peildatum voor de berekening van zijn salarisverhoging is gediscrimineerd op grond van zijn leeftijd, zich op artikel 2 van die Richtlijn moet kunnen beroepen ter betwisting van de discriminerende gevolgen van de verlenging van de wachttijden, ook al heeft hij op zijn verzoek herziening van die datum gekregen.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, Leopold Schmitzer tegen Bundesministerin für Inneres, 11/11/2014 – Rolnummer C-530/13
Wetgeving:
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)