Hof van Justitie van de Europese Unie, 13 juni 2017
Richtlijn 2000/78 is niet van toepassing is op de uitlegging van nationale wettelijke bepalingen volgens welke het daarin vervatte verbod om het netto pensioen te cumuleren met inkomsten uit werkzaamheden bij openbare instellingen indien dat pensioen hoger is dan het landelijke gemiddelde brutoloon op basis waarvan de staatsbegroting voor de sociale zekerheid is vastgesteld, geldt voor beroepsmagistraten maar niet voor personen aan wie een in de nationale grondwet voorzien mandaat is verleend.
Eugenia Florescu e.a. tegen Casa Judeţeană de Pensii Sibiu, Casa Națională de Pensii și alte Drepturi de Asigurări Sociale, Ministerul Muncii, Familiei și Protecției Sociale, Statul român en Ministerul Finanțelor Publice (C-258/14)
Feiten
Florescu, Poiană en Bădilă zijn werkzaam geweest als magistraat. Na hun toelating tot de magistratuur hebben zij individueel arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd gesloten voor onderwijsfuncties aan de rechtenfaculteit van Sibiu, voor welke functies zij zich via vergelijkende onderzoeken hebben gekwalificeerd. Zij hebben het ambt van rechter dus met de functie van universitair docent gecombineerd.
In de loop van het jaar 2009 hebben die verzoekers hun ambt van magistraat neergelegd, na meer dan 30 dienstjaren. Bij die pensionering hebben zij overeenkomstig wet 303/2004 hun ouderdomspensioen kunnen cumuleren met de inkomsten uit hun werkzaamheid als universitair docent.
Na de vaststelling van wet 329/2009, waarbij die cumulatie werd verboden, hebben Florescu, Poiană en Bădilă gekozen voor opschorting van de betaling van hun pensioen vanaf 1 januari 2010. Het pensioenfonds Sibiu heeft daarop op 28 december 2009 besloten, de betaling van die pensioenen op te schorten.
Verzet artikel 2, lid 2, onder b), van Richtlijn 2000/78 zich tegen een uitspraak van het constitutioneel hof van een lidstaat waarin bij de toetsing van de grondwettigheid van de wet is geoordeeld dat het recht om naast pensioen loon te ontvangen alleen aan personen met een mandaat toekomt, en niet aan beroepsrechters, aan wie het recht op het pensioen waarvoor zij meer dan 30 jaar bijdragen hebben betaald, wordt ontzegd op grond dat zij zijn blijven doceren in het hoger juridisch onderwijs?
Beslissing
Artikel 2, lid 2, onder b), van Richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling niet van toepassing is op de uitlegging van nationale wettelijke bepalingen zoals in het hoofdgeding, volgens welke het daarin vervatte verbod om het netto pensioen te cumuleren met inkomsten uit werkzaamheden bij openbare instellingen indien dat pensioen hoger is dan het landelijke gemiddelde brutoloon op basis waarvan de staatsbegroting voor de sociale zekerheid is vastgesteld, geldt voor beroepsmagistraten maar niet voor personen aan wie een in de nationale grondwet voorzien mandaat is verleend.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, Eugenia Florescu e.a. tegen Casa Judeţeană de Pensii Sibiu, Casa Națională de Pensii și alte Drepturi de Asigurări Sociale, Ministerul Muncii, Familiei și Protecției Sociale, Statul român en Ministerul Finanțelor Publice, 13/7/2017 – Rolnummer C-258/14
Wetgeving:
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)