Hof van Justitie van de Europese Unie, 15 april 2021
Richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan werknemers in de publieke sector die in een bepaald tijdvak voldoen aan de voorwaarden om een volledig ouderdomspensioen te ontvangen, in een arbeidsreserve worden geplaatst totdat hun arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, hetgeen leidt tot een vermindering van hun bezoldiging, het einde van hun eventuele loopbaanontwikkeling en een vermindering, of zelfs de afschaffing, van de ontslagvergoeding waarop zij bij de beëindiging van hun arbeidsverhouding aanspraak hadden kunnen maken, wanneer met deze regeling een legitieme doelstelling van werkgelegenheidsbeleid wordt nagestreefd en de middelen om deze doelstelling te realiseren passend en noodzakelijk zijn.
AB tegen Olympiako Athlitiko Kento Athinon – Spyros Louis (C-511/19)
Feiten
Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat AB in 1982 op grond van een overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangesteld door OAKA, een tot de publieke sector in ruime zin behorende privaatrechtelijke rechtspersoon, en dat hij vanaf 1998 binnen die onderneming de functie van technisch adviseur uitoefende.
Met ingang van 1 januari 2012 is AB met toepassing van artikel 34, lid 1, onder c), lid 3, eerste alinea, en leden 4 en 8, van wet 4024/2011 van rechtswege in de arbeidsreserve geplaatst, waardoor zijn beloning werd verminderd tot 60 % van zijn basissalaris.
Op 30 april 2013 beëindigde OAKA de arbeidsovereenkomst van AB zonder hem de ontslagvergoeding te betalen die krachtens artikel 8, tweede alinea, van wet 3198/1955 in het geval van ontslag of vertrek van de werknemer wordt uitgekeerd wanneer aan de voorwaarden voor een volledig ouderdomspensioen is voldaan. Deze weigering om de vergoeding uit te keren was gebaseerd op artikel 34, lid 1, onder e), van wet 4024/2011, waarin is bepaald dat de verschuldigde ontslagvergoeding wordt verrekend met de uitkering die de werknemer gedurende diens plaatsing in de arbeidsreserve heeft ontvangen.
Beslissing
Artikel 2 en artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78 moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een nationale regeling op grond waarvan werknemers in de publieke sector die in een bepaald tijdvak voldoen aan de voorwaarden om een volledig ouderdomspensioen te ontvangen, in een arbeidsreserve worden geplaatst totdat hun arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, hetgeen leidt tot een vermindering van hun bezoldiging, het einde van hun eventuele loopbaanontwikkeling en een vermindering, of zelfs de afschaffing, van de ontslagvergoeding waarop zij bij de beëindiging van hun arbeidsverhouding aanspraak hadden kunnen maken, wanneer met deze regeling een legitieme doelstelling van werkgelegenheidsbeleid wordt nagestreefd en de middelen om deze doelstelling te realiseren passend en noodzakelijk zijn.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, AB tegen Olympiako Athlitiko Kento Athinon – Spyros Louis, 15/4/2021 – Rolnummer C-511/19
Wetgeving:
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)