Hof van Justitie van de Europese Unie, 15 januari 2019
Een Oostenrijkse politieagent kreeg in 1975 een tuchtsanctie opgelegd wegens poging tot gelijkgeslachtelijke ontucht jegens 2 minderjarigen. De tuchtsanctie hield een verplichte pensionering in met een korting van 25% op de pensioenuitkering. Het Hof van Justitie van de Europese Unie gelast de nationale rechter om te onderzoeken, voor de periode vanaf 3 december 2003, welk bedrag de man zou hebben ontvangen in een situatie zonder discriminatie op grond van seksuele oriëntatie.
E.B. tegen Versicherungsanstalt öffentlich Bediensteter BVA (C-258/17)
Feiten
E.B., een in 1942 geboren man, is als federaal politieagent met pensioen.
Bij vonnis van 10 september 1974 heeft het Landesgericht für Strafsachen Wien E.B., destijds politieagent in actieve dienst, op grond van § 129, punt I, StG veroordeeld tot een voorwaardelijke vrijheidsstraf met een proeftijd van 3 jaar, wegens poging tot gelijkgeslachtelijke ontucht jegens 2 minderjarigen op 25 februari 1974.
Bij beslissing van 10 juni 1975 heeft de tuchtcommissie van de Bundespolizeidirektion Wien E.B. een sanctie opgelegd wegens niet-nakoming van zijn tuchtrechtelijke verplichtingen in de vorm van verplichte definitieve pensionering met verminderde pensioenuitkering.
Bij beslissing van 17 mei 1976 is de pensioenuitkering van E.B. vastgesteld op basis van zijn pensionering met ingang van 1 april 1976 en rekening houdend met de door de tuchtcommissie gelaste korting met 25 %.
Beslissing
Artikel 2 van richtlijn 2000/78/EG moet aldus worden uitgelegd dat het, na het verstrijken van de omzettingstermijn van deze richtlijn, te weten vanaf 3 december 2003, van toepassing is op de toekomstige gevolgen van een definitieve tuchtrechtelijke beslissing die is genomen vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn en waarbij de vervroegde pensionering van een ambtenaar wordt gelast, samen met een korting van het bedrag van zijn pensioen.
Richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat zij in een situatie als bedoeld in dit arrest de nationale rechter verplicht tot heronderzoek, voor de periode vanaf 3 december 2003, niet van de definitieve tuchtsanctie waarbij de vervroegde pensionering van de betrokken ambtenaar is gelast, maar van de korting van het bedrag van zijn pensioen, teneinde te bepalen welk bedrag hij zou hebben ontvangen in een situatie zonder discriminatie op grond van seksuele oriëntatie.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, E.B. tegen Versicherungsanstalt öffentlich Bediensteter BVA, 15/1/2019 – Rolnummer C-258/17
Wetgeving:
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)