Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 17 maart 2026

Een vrouw die bij een katholieke organisatie werkt, wordt ontslagen nadat ze haar lidmaatschap van de katholieke kerk opzegt. Het Hof van Justitie van de Europese Unie stelt onder meer dat het voor de functie die de vrouw uitoefent niet essentieel is dat ze lid is van de katholieke kerk, maar dat het volstaat dat ze zich ertoe verbindt de richtlijnen van de katholieke kerk ter zake na te leven.

Gepubliceerd op: 17/03/2026
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van geloof of levensbeschouwing
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

Katholische Schwangerschaftsberatung tegen JB (C-258/24)

Feiten

Een vrouw werkt voor de Katholische Schwangerschaftsberatung, een organisatie in de schoot van de Duitse katholieke kerk die advies verleent aan zwangere vrouwen. Nadat een extra kerkbelasting wordt opgelegd aan bepaalde gehuwden, verlaat de vrouw de katholieke kerk. De organisatie oordeelt dat ze niet loyaal is aan de katholieke kerk en ontslaat haar. Nochtans werken in de organisatie ook vrouwen die geen lid zijn van de katholieke kerk (en die dus niet kunnen worden ontslagen omdat ze uit de kerk zouden treden).

Prejudiciële vraag

De lidstaten kunnen bepalen dat in het geval van kerken, en andere publieke of particuliere organisaties waarvan de grondslag op godsdienst of overtuiging is gebaseerd, voor wat betreft de beroepsactiviteiten van deze organisaties, een verschil in behandeling gebaseerd op godsdienst of overtuiging van een persoon geen discriminatie vormt indien vanwege de aard van de activiteiten of de context waarin deze worden uitgeoefend de godsdienst of overtuiging een wezenlijke, legitieme en gerechtvaardigde beroepsvereiste vormt gezien de grondslag van de organisatie.

De verwijzende rechter wil vernemen of deze bepaling zich verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan een particuliere organisatie, waarvan de ethiek op een godsdienst is gebaseerd, van een werknemer die lid is van een bepaalde kerk die deze godsdienst belijdt, kan eisen dat deze tijdens de arbeidsrelatie die kerk niet verlaat (of opnieuw toetreedt tot die kerk om de arbeidsrelatie voort te kunnen zetten), op straffe van ontslag, terwijl dit niet geldt voor andere werknemers en terwijl die werknemer niet betrokken is bij openbare activiteiten die vijandig staan tegenover de kerk in kwestie.

Beslissing

Het Hof van Justitie van de Europese Unie antwoordt dat het Unierecht zich verzet tegen een dergelijke regeling wanneer, gelet op de aard van de beroepsactiviteiten van de werknemer of de context waarin deze worden uitgeoefend, deze beroepsvereisten niet wezenlijk, legitiem en gerechtvaardigd zijn in het licht van de ethiek van de organisatie.

Hoewel het in deze zaak aan het Duitse arbeidshof is om hierover te oordelen, geeft het Hof van Justitie van de Europese Unie niettemin een reeks aanwijzingen.

Volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie lijkt de omstreden eis met name niet 'essentieel' voor de activiteit van de organisatie. De Katholische Schwangerschaftsberatung heeft dergelijke functies immers ook toevertrouwd aan werknemers die geen lid zijn van de katholieke kerk. Dit lijkt erop te wijzen dat deze organisatie zelf van mening is dat het lidmaatschap van deze kerk niet noodzakelijk is, maar dat het voldoende is dat deze adviseurs zich ertoe verbinden de richtlijnen van de katholieke kerk ter zake na te leven.

Bovendien heeft de vrouw haar terugtrekking gemotiveerd door de heffing van een extra kerkelijke bijdrage waaraan zij onderworpen is (omdat haar echtgenoot niet katholiek is en over een hoog inkomen beschikt). Met dit terugtreden heeft zij zich niet gedistantieerd van de fundamentele waarden en voorschriften van de katholieke kerk. Bovendien lijkt het er niet op dat zij niet langer bereid zou zijn om de genoemde richtlijnen na te leven (waartoe zij zich overigens heeft verbonden in haar arbeidscontract).

Het Hof van Justitie van de Europese Unie besluit: "Het is in ieder geval aan Katholische Schwangerschaftsberatung om aan te tonen dat het beweerde risico van aantasting van haar ethiek of haar recht op autonomie waarschijnlijk en ernstig is, zodat de bestreden voorwaarde daadwerkelijk noodzakelijk en evenredig blijkt te zijn." 

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ, Katholische Schwangerschaftsberatung tegen JB, 17/3/2026 - Rolnummer C-258/24

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?