Hof van Justitie van de Europese Unie, 17 november 2022
Richtlijn 2000/78 verzet zich tegen een nationale regeling waarin voor de deelname aan een vergelijkend onderzoek voor de indienstneming van politiecommissarissen een leeftijdsgrens van 30 jaar wordt vastgesteld, voor zover de daadwerkelijk door politiecommissarissen verrichte taken geen bijzondere fysieke capaciteiten vereisen.
VT tegen Ministerio dell’Interno (C-304/21)
Feiten
Op 2 december 2019 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken een vergelijkend onderzoek op basis van schriftelijke bewijsstukken en examens georganiseerd voor 120 commissarisposten bij de nationale politie. Overeenkomstig ministerieel besluit nr. 103/2018 hield blijkens de oproep tot kandidaatstelling een van de algemene voorwaarden om tot dat vergelijkend onderzoek te worden toegelaten in dat kandidaten minstens 18 jaar oud moesten zijn en de leeftijd van 30 jaar niet mochten hebben bereikt, onder voorbehoud van enkele bijzondere gevallen.
Beslissing
Artikel 2, lid 2, artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78, gelezen in het licht van artikel 21 van het Handvest, aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling waarin voor de deelname aan een vergelijkend onderzoek voor de indienstneming van politiecommissarissen een leeftijdsgrens van 30 jaar wordt vastgesteld, voor zover de daadwerkelijk door politiecommissarissen verrichte taken geen bijzondere fysieke capaciteiten vereisen of, indien dergelijke capaciteiten wel vereist zijn, voor zover blijkt dat die regeling weliswaar een legitieme doelstelling nastreeft, maar een onevenredig vereiste oplegt. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of dit het geval is.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, VT tegen Ministerio dell’Interno, 17/11/2022 – Rolnummer C-304/21
Wetgeving:
- Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (7 december 2000)
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)