Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 18 maart 2014

Een draagvrouw kan geen aanspraak maken op zwangerschaps- en bevallingsverlof of op adoptieverlof. Er is volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie geen sprake van discriminatie op grond van geslacht of handicap.

Gepubliceerd op: 18/03/2014
Domeinen: Sociale bescherming
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van handicap (validisme), Discriminatie op basis van geslacht (of gender)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

Z. tegen Government department en The Board of management of a community school (C-363/12)

Feiten

Het verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen enerzijds Z., een wensmoeder die een kind heeft gekregen dankzij een draagvrouwovereenkomst, en anderzijds een “Government department” (Iers ministerie) en de “Board of management of a community school” (raad van bestuur van een openbare school), over hun weigering om haar naar aanleiding van de geboorte van dit kind aan zwangerschaps- en bevallingsverlof of adoptieverlof gelijkwaardig betaald verlof toe te kennen.

Beslissing

Richtlijn 2006/54, in het bijzonder de artikelen 4 en 14 daarvan, moet aldus worden uitgelegd dat geen sprake is van discriminatie op grond van geslacht wanneer aan een werkneemster die als wensmoeder een kind heeft gekregen dankzij een draagvrouwovereenkomst geen aan zwangerschaps- en bevallingsverlof gelijkwaardig betaald verlof wordt toegekend.

De toekenning van adoptieverlof aan een dergelijke wensmoeder valt niet binnen de werkingssfeer van die richtlijn.

Richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat geen sprake is van discriminatie op grond van handicap wanneer aan een werkneemster die geen kinderen kan krijgen en een beroep heeft gedaan op draagvrouwschap geen aan zwangerschaps- en bevallingsverlof of adoptieverlof gelijkwaardig betaald verlof wordt toegekend.

De geldigheid van die richtlijn kan niet worden getoetst aan het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap, maar die richtlijn moet zoveel mogelijk in overeenstemming met dat verdrag worden uitgelegd.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ, Z. tegen Government department en The Board of management of a community school, 18/3/2014 – Rolnummer C-363/12

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?