Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 19 april 2016

Richtlijn 2000/78 verzet zich, ook in een geschil tussen particulieren, tegen een nationale regeling volgens welke een werknemer geen recht op een ontslagvergoeding heeft wanneer hij recht heeft op een door de werkgever betaald ouderdomspensioen op grond van een pensioenregeling waartoe hij voor het bereiken van zijn 50e levensjaar is toegetreden, ongeacht of de werknemer ervoor opteert op de arbeidsmarkt te blijven dan wel met pensioen te gaan.

Gepubliceerd op: 19/04/2016
Domeinen: Arbeid, Sociale bescherming
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

Dansk Industri (DI) optredend in naam van Ajos A/S tegen Estate of Karsten Eigil Rasmussen (C-441/14)

Feiten

Rasmussen is op 25 mei 2009 op de leeftijd van 60 jaar ontslagen door zijn werkgever Ajos. Enkele dagen later heeft hij zelf zijn ontslag ingediend en is hij met zijn werkgever overeengekomen dat hij eind juni 2009 zou vertrekken. Later is hij door een andere onderneming tewerkgesteld.

De verwijzende rechterlijke instantie verklaart dat Rasmussen, aangezien hij sinds 1 juni 1984 bij Ajos in dienst was geweest, in beginsel op grond van § 2 a, lid 1, van de bediendenwet recht had op een ontslagvergoeding overeenkomend met zijn loon voor 3 maanden. Aangezien hij op het tijdstip van zijn vertrek 60 jaar oud was en recht had op een door de werkgever betaald ouderdomspensioen op grond van een regeling waarbij hij zich vóór het bereiken van de leeftijd van 50 jaar had aangesloten, had hij volgens § 2 a, lid 3, van die wet, zoals uitgelegd in vaste nationale rechtspraak, echter geen recht op deze vergoeding, ook al is hij na zijn vertrek bij Ajos werkzaam gebleven op de arbeidsmarkt.

Beslissing

Het algemene verbod van discriminatie op grond van leeftijd, zoals dat concreet gestalte heeft gekregen in Richtlijn 2000/78 moet aldus worden uitgelegd dat het zich, ook in een geschil tussen particulieren, verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, volgens welke een werknemer geen recht op een ontslagvergoeding heeft wanneer hij recht heeft op een door de werkgever betaald ouderdomspensioen op grond van een pensioenregeling waartoe hij voor het bereiken van zijn vijftigste levensjaar is toegetreden, ongeacht of de werknemer ervoor opteert op de arbeidsmarkt te blijven dan wel met pensioen te gaan.

Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat een nationale rechterlijke instantie die uitspraak dient te doen in een binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2000/78 vallend geding tussen particulieren, bij de toepassing van de bepalingen van haar nationaal recht die bepalingen in overeenstemming met die Richtlijn dient uit te leggen, of, wanneer een dergelijke Richtlijnconforme uitlegging onmogelijk blijkt te zijn, elke met het algemene verbod van discriminatie op grond van leeftijd strijdige bepaling van dat nationale recht, zo nodig, buiten toepassing dient te laten. Aan deze verplichting kan niet worden afgedaan door het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen en evenmin door het feit dat de particulier die meent schade te hebben geleden door de toepassing van een met het Unierecht strijdige nationale bepaling, de mogelijkheid heeft om de betrokken lidstaat aansprakelijk te stellen wegens schending van het Unierecht.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ, Dansk Industri (DI) optredend in naam van Ajos A/S tegen Estate of Karsten Eigil Rasmussen, 19/4/2016 – Rolnummer C-441/14

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?