Hof van Justitie van de Europese Unie, 24 november 2016
Een nabestaandenpensioen wordt uitgekeerd indien de verzekerde gehuwd is of een geregistreerd partnerschap heeft gesloten vóór zijn zestigste verjaardag. Een docent kan niet aan deze voorwaarde voldoen omdat de nationale wetgeving niet toeliet om een geregistreerd partnerschap te sluiten met een partner van hetzelfde geslacht. Volgens de docent is er sprake van een inbreuk op Richtlijn 2000/78, meer bepaald van een indirecte discriminatie op grond van seksuele oriëntatie en/of leeftijd.
Volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie is er geen sprake van discriminatie op grond van seksuele oriëntatie en/of leeftijd. Bijgevolg kan deze nationale wetgeving, aangezien er geen sprake is van discriminatie op grond van geslacht of leeftijd, geen discriminatie op grond van het gecombineerde effect van seksuele geaardheid en leeftijd inhouden.
David L. Parris tegen Trinity College Dublin e.a. (C-443/15)
Feiten
David L. Parris, die is geboren op 21 april 1946, bezit zowel de Ierse als de Britse nationaliteit. Hij heeft sinds meer dan 30 jaar een vaste relatie met zijn partner, die van hetzelfde geslacht is.
In 1972 nam Trinity College Dublin Parris in dienst als docent. Op grond van zijn arbeidsovereenkomst kon hij zich in oktober 1972 als premievrije verzekerde aansluiten bij een pensioenregeling van Trinity College Dublin. Na 31 januari 2005 werden tot deze regeling geen nieuwe verzekerden meer toegelaten.
Volgens clausule 5 van deze pensioenregeling wordt aan de echtgenoot of, sinds 1 januari 2011, de geregistreerde partner van de verzekerde een nabestaandenpensioen uitgekeerd indien de verzekerde overlijdt vóór zijn echtgenoot of geregistreerde partner. Dit nabestaandenpensioen wordt echter slechts uitgekeerd indien de verzekerde is gehuwd of een geregistreerd partnerschap heeft gesloten vóór zijn zestigste verjaardag.
Vanaf 21 december 2005 konden in het Verenigd Koninkrijk krachtens de Civil Partnership Act 2004 (wet betreffende het geregistreerd partnerschap) geregistreerde partnerschappen worden gesloten. Op 21 april 2009 heeft Parris, die toen 63 was, in die lidstaat een partnerschap geregistreerd. Op dat ogenblik was het naar Iers recht niet mogelijk het geregistreerd partnerschap van Parris in Ierland te erkennen.
Beslissing
Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 2 van richtlijn 2000/78 aldus moet worden uitgelegd dat er sprake is van discriminatie op grond van seksuele geaardheid in het geval van een nationale regeling op grond waarvan de overlevende geregistreerde partner van een verzekerde in het kader van een bedrijfspensioenstelsel slechts recht heeft op een nabestaandenpensioen indien het geregistreerd partnerschap is gesloten voordat de verzekerde 60 wordt, terwijl het naar nationaal recht voor de betrokken verzekerde niet mogelijk was een geregistreerd partnerschap te sluiten vóór het bereiken van die leeftijdsgrens.
Artikel 2 van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep moet aldus worden uitgelegd dat er geen sprake is van discriminatie op grond van seksuele geaardheid in het geval van een nationale regeling op grond waarvan de overlevende geregistreerde partner van een verzekerde in het kader van een bedrijfspensioenstelsel slechts recht heeft op een nabestaandenpensioen indien het geregistreerd partnerschap is gesloten voordat de verzekerde 60 werd, terwijl het naar nationaal recht voor de betrokken verzekerde niet mogelijk was een geregistreerd partnerschap te sluiten vóór het bereiken van die leeftijdsgrens.
Met zijn tweede vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 2 en artikel 6, lid 2, van richtlijn 2000/78 aldus moeten worden uitgelegd dat er sprake is van discriminatie op grond van leeftijd in het geval van een nationale regeling zoals die aan de orde in het hoofdgeding, op grond waarvan de overlevende geregistreerde partner van een verzekerde in het kader van een bedrijfspensioenstelsel slechts recht heeft op een nabestaandenpensioen indien het geregistreerd partnerschap is gesloten voordat de verzekerde 60 wordt, terwijl het naar nationaal recht voor de betrokken verzekerde niet mogelijk was een geregistreerd partnerschap te sluiten vóór het bereiken van die leeftijdsgrens.
Artikel 2 en artikel 6, lid 2, van richtlijn 2000/78 moeten aldus worden uitgelegd dat er geen sprake is van discriminatie op grond van leeftijd in het geval van een nationale regeling zoals die aan de orde in het hoofdgeding, op grond waarvan de overlevende geregistreerde partner van een verzekerde in het kader van een bedrijfspensioenstelsel slechts recht heeft op een nabestaandenpensioen indien het geregistreerd partnerschap is gesloten voordat de verzekerde 60 wordt, terwijl het naar nationaal recht voor de betrokken verzekerde niet mogelijk was een geregistreerd partnerschap te sluiten vóór het bereiken van die leeftijdsgrens.
Met zijn derde vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 2 en artikel 6, lid 2, van richtlijn 2000/78 aldus moeten worden uitgelegd dat een nationale regeling zoals die aan de orde in het hoofdgeding discriminatie kan invoeren op grond van seksuele geaardheid en leeftijd in onderlinge samenhang beschouwd, terwijl die regeling niet discrimineert op grond van seksuele geaardheid of op grond van leeftijd afzonderlijk.
Artikel 2 en artikel 6, lid 2, van richtlijn 2000/78 moeten aldus worden uitgelegd dat een nationale regeling zoals die aan de orde in het hoofdgeding geen discriminatie kan invoeren op grond van seksuele geaardheid en leeftijd in onderlinge samenhang beschouwd, wanneer die regeling niet discrimineert op grond van seksuele geaardheid of op grond van leeftijd afzonderlijk.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, David L. Parris tegen Trinity College Dublin e.a., 24/11/2016 – Rolnummer C-443/15
Wetgeving:
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)