Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 28 februari 2018

Richtlijn 2000/78 verzet zich niet tegen een nationale regeling die het uitstellen van de beëindiging van de beroepswerkzaamheid van werknemers die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt, afhankelijk stelt van een akkoord van de werkgever dat wordt gegeven voor bepaalde tijd.

Gepubliceerd op: 28/02/2018
Domeinen: Arbeid, Onderwijs
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

Hubertus John tegen Freie Hansestadt Bremen (C-46/17)

Feiten

John, geboren op 8 juli 1949, werd op 25 september 2001 door de vrije Hanzestad Bremen aangeworven als leraar op contractbasis. De arbeidsovereenkomst was onderworpen aan de ambtenaren-CAO in Duitsland.

Met toepassing van de CAO diende die arbeidsovereenkomst te eindigen wanneer de leraar de wettelijke pensioenleeftijd bereikte. Bij brief van 5 februari 2014 heeft John verzocht om na die leeftijd door te mogen werken tot aan het einde van het schooljaar 2014/2015. Op 24 oktober 2014 zijn partijen overeengekomen dat „de automatische beëindiging van de arbeidsovereenkomst [...] overeenkomstig § 44, punt 4, van de CAO, [wordt] uitgesteld tot en met 31 juli 2015”.

Op 4 februari 2015 heeft John zijn werkgever verzocht om de einddatum van de overeenkomst uit te stellen tot het einde van het eerste semester van het schooljaar 2015/2016, te weten 31 januari 2016. Nadat dit hem werd geweigerd, heeft hij een vordering ingesteld en aangevoerd dat het strijdig is met het Unierecht om de duur van de overeenkomst op grond van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde bepaling te beperken.

Beslissing

Artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2000/78  moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die het uitstellen van de beëindiging van de beroepswerkzaamheid van werknemers die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt, afhankelijk stelt van een akkoord van de werkgever dat wordt gegeven voor bepaalde tijd.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ Hubertus John tegen Freie Hansestadt Bremen, 28/2/2018 – Rolnummer C-46/17

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?