Hof van Justitie van de Europese Unie, 4 december 2018
Het Unierecht, en in het bijzonder het beginsel van voorrang van het Unierecht, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, volgens welke een nationaal orgaan dat bij wet is ingesteld om de handhaving van het Unierecht op een specifiek gebied te waarborgen, niet bevoegd is om een bepaling van nationaal recht die in strijd is met het Unierecht buiten toepassing te laten.
The Minister for Justice and Equality en The Commissioner of An Garda Síochána tegen Workplace Relations (C-378/17)
Feiten
Ronald Boyle en 2 andere personen zijn uitgesloten van de procedure tot aanwerving van nieuwe agenten bij de An Garda Siochána (Ierse nationale politie) omdat ze ouder zijn dan volgens de regeling aanwerving en benoeming is toegestaan. Boyle e.a. hebben tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Equality Tribunal.
Boyle e.a. hebben aangevoerd dat de leeftijdsbeperking voor de aanwerving van agenten bij de nationale politie neerkomt op ongeoorloofde discriminatie in de zin van Richtlijn 2000/78 en de Ierse wettelijke bepalingen ter omzetting daarvan.
Beslissing
Het Unierecht, en in het bijzonder het beginsel van voorrang van het Unierecht, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, volgens welke een nationaal orgaan dat bij wet is ingesteld om de handhaving van het Unierecht op een specifiek gebied te waarborgen, niet bevoegd is om een bepaling van nationaal recht die in strijd is met het Unierecht buiten toepassing te laten.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: EU-HvJ, The Minister for Justice and Equality en The Commissioner of An Garda Síochána tegen Workplace Relations, 4/12/2018 – Rolnummer C-378/17
Wetgeving:
- EU-Kaderrichtlijn 2000/78/EG (27 november 2000)