Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 november 2012

Door een nationale regeling vast te stellen die rechters, officieren van justitie en notarissen die de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt, verplicht hun ambt neer te leggen, en aldus leidt tot een verschil in behandeling op grond van leeftijd dat onevenredig is ten opzichte van de nagestreefde doelstellingen, heeft Hongarije niet voldaan aan de verplichtingen die op hem rusten krachtens de artikelen 2 en 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78.

Gepubliceerd op: 06/11/2012
Domeinen: Arbeid, Politie en justitie
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

Europese Commissie tegen Hongarije (Rolnummer C-286/12)

Feiten

In Hongarije mochten rechters, procureurs en notarissen, tot 31 december 2011, hun ambt uitoefenen tot de leeftijd van 70 jaar. De Hongaarse wetgeving werd in 2011 gewijzigd zodat vanaf 1 januari 2012 de rechters en procureurs die de algemene pensioenleeftijd van 62 jaar bereikten hun ambt dienden neer te leggen. Voor rechters en procureurs die deze leeftijd bereikten voor 1 januari 2012 voorziet de wetgeving dat ze hun ambt dienen neer te leggen op 30 juni 2012. Diegenen die deze leeftijd bereiken in de loop van 2012 moeten hun ambt neerleggen op 31 december 2012. Vanaf 1 januari 2014 moeten notarissen eveneens hun ambt neerleggen wanneer ze de algemene pensioenleeftijd bereiken.

Volgens de Commissie schendt de in geding zijnde Hongaarse wetgeving artikel 2 van Richtlijn 2000/78, omdat daarbij discriminatie op grond van leeftijd wordt ingevoerd tussen de rechters, de officieren van justitie en de notarissen die de bij die wetgeving vastgestelde pensioengrens hebben bereikt en zij die nog werkzaam mogen blijven. De verlaging van de maximumleeftijd waarop de werkzaamheden moeten worden beëindigd van 70 naar 62 jaar voor rechters, officieren van justitie en notarissen leidt immers tot een verschil in behandeling op grond van leeftijd binnen een bepaalde beroepsgroep. De Commissie erkent weliswaar dat het Hongarije vrij staat om de pensioenleeftijd voor deze personen vast te stellen, maar betoogt dat de nieuwe regeling ingrijpende gevolgen heeft voor de duur van de arbeidsbetrekking van deze personen en meer in het algemeen de uitoefening van hun beroepswerkzaamheden, doordat deze hen ervan weerhoudt om aan het beroepsleven te blijven deelnemen.

Beslissing

Door een nationale regeling vast te stellen die rechters, officieren van justitie en notarissen die de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt, verplicht hun ambt neer te leggen, en aldus leidt tot een verschil in behandeling op grond van leeftijd dat onevenredig is ten opzichte van de nagestreefde doelstellingen, heeft Hongarije niet voldaan aan de verplichtingen die op hem rusten krachtens de artikelen 2 en 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ, Europese Commissie tegen Hongarije, 6/11/2012 – Rolnummer C-286/12

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?