Ga verder naar de inhoud

Hof van Justitie van de Europese Unie, 8 september 2011

Het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd moet in die zin worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een maatregel in een CAO op grond waarvan binnen elke salarisgroep de basissalaristrap van een arbeidscontractant in de overheidssector bij zijn aanstelling wordt bepaald op basis van zijn leeftijd.

Gepubliceerd op: 08/09/2011
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Leeftijdsdiscriminatie (agisme)
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie
Rechtsmacht: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rechtsgebied: Europese Unie
Unia (burgerlijke) partij: neen

Sabine Hennings tegen Eisenbahn-Bundesamt en Land Berlin tegen Alexander Mai (C-297/10 en C-298/10)

Feiten

Een CAO, afgesloten in de publieke sector, onderverdeeld de werknemers en hun loon in graden. Binnen elke graad wordt het basisloon van de contractuele werknemer bij zijn aanwerving bepaald in functie van zijn leeftijd. Later wordt het systeem gewijzigd en wordt de beroepservaring doorslaggevend voor de bepaling van het basisloon.

Beslissing

Het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd dat is verankerd in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en is geconcretiseerd bij Richtlijn 2000/78, en meer in het bijzonder de artikelen 2 en 6, lid 1, van deze Richtlijn, moeten in die zin worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een maatregel in een CAO zoals aan de orde in het hoofdgeding, op grond waarvan binnen elke salarisgroep de basissalaristrap van een arbeidscontractant in de overheidssector bij zijn aanstelling wordt bepaald op basis van zijn leeftijd. In dit verband doet het feit dat het Unierecht zich verzet tegen die maatregel en dat deze is opgenomen in een CAO, geen afbreuk aan het in artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opgenomen recht om collectief te onderhandelen en CAO's te sluiten.

De artikelen 2 en 6, lid 1, van Richtlijn 2000/78 en artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moeten in die zin worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een maatregel in een CAO zoals aan de orde in het hoofdgeding in zaak C-297/10, waarbij een beloningsstelsel dat een discriminatie op grond van leeftijd in het leven had geroepen, wordt vervangen door een beloningsstelsel dat op objectieve criteria is gebaseerd, maar waarbij tevens gedurende een in de tijd beperkte overgangsperiode bepaalde discriminerende gevolgen van het eerste van deze stelsels worden gehandhaafd teneinde te verzekeren dat reeds aangestelde arbeidscontractanten zonder inkomensverlies overgaan naar het nieuwe stelsel.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: EU-HvJ, Sabine Hennings tegen Eisenbahn-Bundesamt en Land Berlin tegen Alexander Mai, 8/9/2011 – Rolnummer C-297/10 en C-298/10

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?