Raad van State, 21 november 2011
Een man grijpt naast een functie en meent dat er sprake is van discriminatie op grond van het beschermd kenmerk 'fysieke eigenschap'.
Feiten
Een man stelt zich kandidaat voor de functie van adviseur bij de Vlaamse overheid. Hij wordt niet geselecteerd. Bij de interne potentieelinschatting werd opgemerkt dat de man de Vlaamse overheid zal vertegenwoordigen in die functie en om die reden meer aandacht zal moeten besteden aan "zijn houding en voorkomen". De man meent dat die opmerking op zijn uiterlijk slaat en een discriminatie uitmaakt op grond van een het beschermd criterium 'fysieke eigenschap' uit de antidiscriminatiewet.
Beslissing
De Raad van State merkt op dat de antidiscriminatiewet niet van toepassing is, maar wel het Vlaams decreet van 10 juli 2008. Vervolgens oordeelt de Raad van State dat het middel niet kan worden aangenomen. Uit niets blijkt volgens de Raad van State dat de opmerking slaat op een fysieke eigenschap van de man en de opmerking was geen decisief motief bij het nemen van de beslissing.
Unia was geen betrokken partij.
Afgekort: RvS, 21/11/2011 - Rolnummer 216.356
Wetgeving: