Ga verder naar de inhoud

Raad van State, 7 oktober 2025

Een militair wordt ontslagen (onder meer) omdat hij blijk geeft van een extreemrechtse ideologie. De Raad van State oordeelt dat het ontslag niet discriminatoir is (op grond van politieke overtuiging). Er is ook geen schending van het recht op vrije meningsuiting en het recht op privacy.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 07/10/2025
Domeinen: Arbeid
Beschermde kenmerken: Discriminatie op basis van politieke overtuiging
Rechtsinbreuk(en): Discriminatie (burgerrechtelijk), Directe discriminatie, Indirecte discriminatie
Rechtsmacht: Raad van State
Rechtsgebied: België
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Een militair wordt ontslagen omwille van verschillende redenen: druggebruik, deelnemen aan activiteiten van voetbalhooligans, plegen van geweld en blijk geven van een extreemrechtse ideologie.

Wat dat laatste betreft, gaat het onder meer over een tatoeage met de cijfers '88' (een verwijzing naar 'Heil Hitler'), een tatoeage met een 'zwarte zon' (een verwijzing naar het nazisme), een publicatie op Facebook waarin hij 'tonton' Hitler een gelukkig verjaardag wenst, het dragen van een 'Totenkopf'-ring, contacten met de oprichter van Blood & Honour Wallonie, het dragen van een t-shirt met daarop 'Blood & Honour Combat 18' ... 

De militair vecht zijn ontslag aan voor de Raad van State. Hij baseert zich daarvoor onder meer op de antidiscriminatiewet (hij meent dat hij werd gediscrimineerd op grond van zijn politieke overtuiging) en op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de Grondwet (hij meent dat zijn recht op vrije meningsuiting en zijn recht op privacy werden geschonden).

Beslissing

De Raad van State oordeelt dat het ontslag van de militair gegrond is en wijst de argumenten van de militair één voor één af.

De Raad van State verwijst onder meer naar het wettelijk statuut van de militairen dat bepaalt dat militairen onder meer "alles moeten vermijden wat afbreuk kan doen aan de eer of de waardigheid van hun staat en van hun ambt".

Volgens de Raad van State is er geen inbreuk op de antidiscriminatiewet. Het ontslag was een noodzakelijke en gepaste maatregel.

Nog volgens de Raad van State is er geen schending van het recht op privacy en het recht op vrije meningsuiting.

Wat het recht op privacy betreft, oordeelt de Raad van State dat de feiten het kader van het privéleven overstijgen. Zo waren de tatoeages, de 'Totenkopf'-ring en de publicatie op Facebook niet beperkt tot de privékring van de militair. Bovendien is het recht op privacy niet onbegrensd en kan het beperkt worden voor zover dit bij wet voorzien is en nodig is in een democratische samenleving.

Eenzelfde beperking is mogelijk wat het recht op vrije meningsuiting betreft. Bovendien worden bepaalde uitingen, op grond van artikel 17 EVRM,  niet beschermd door het recht op vrije meningsuiting.

Unia was geen betrokken partij.

Wetgeving: 

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?