Correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, 30 juni 2021
Een politieteam moet tussenkomen bij een burenruzie en krijgt daarbij slagen toegediend en allerlei verwijten over seksuele geaardheid.
[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]
Feiten
Op 26 september 2020 stelde een man zich zowel verbaal als fysiek bijzonder agressief op ten aanzien van de politie. Op het adres van beklaagde moest een politieteam tussenkomen naar aanleiding van een burenruzie. Tijdens deze interventie kregen de aanwezige politieagenten slagen toegediend. Ze kregen eveneens opmerkingen te horen zoals "flikkers, ik haat homo's, ik hak hun kop eraf" en "ik heb iets tegen homo's, ik doe allemaal hun kop eraf", "vuile flikkers", "ik poep a moeder, ik poep a moeder heel kalm", "ge kunt beter een doodskist bestellen" ...
Juridische kwalificatie
Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor :
- Aanzetten tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 22, 4° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 4° Strafwetboek).
- Belediging (artikel 448 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 453bis oud Strafwetboek).
- Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek).
- Smaad door woorden, daden, gebaren of bedreigingen (artikel 276 oud Strafwetboek).
- Weerspannigheid (artikel 269 oud Strafwetboek).
- Bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen (artikel 327 oud Strafwetboek).
Beslissing
Op basis van de vaststellingen door de politie en (gedeeltelijk) de bodycam-beelden, werden alle tenlasteleggingen bewezen verklaard.
Met betrekking tot het aanzetten tot haat, oordeelde de correctionele rechtbank dat men de kwaadwillige intentie van de beklaagde kon afleiden uit de ‘virulente toon’ waarop de beklaagde zich uitdrukte en de krachtige terminologie die hij gebruikte. De correctionele rechtbank benadrukte dat er op een expliciete manier vijandigheid en minachting werd getoond ten aanzien van de politieagenten tijdens de uitoefening van hun ambt. Bovendien werd op een vijandige en minachtende manier verwezen naar het kenmerk seksuele geaardheid.
Gezien de ernst van de feiten werd de beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden en een geldboete van 800 euro.
Aandachtspunten
Wat interessant is aan dit vonnis, is dat de correctionele rechtbank de verdachte gelijktijdig veroordeelt voor weerspannigheid, smaad, bedreigingen, aanzetten tot haat en beledigingen. Dit zijn misdrijven die elkaar deels overlappen. Op die manier geeft de correctionele rechtbank de duidelijke boodschap dat ordehandhavers tijdens de uitoefening van hun functie respect verdienen.
Unia was geen betrokken partij.