Ga verder naar de inhoud

Correctionele rechtbank Eupen, 15 mei 2017

Een man werd veroordeeld voor belediging van een ambtenaar, slagen en verwondingen met verwerpelijk motief en aanzetten tot discriminatie. De rechter preciseerde dat hij de zwaarste straf had opgelegd omwille van het racistische motief dat ten grondslag lag aan de feiten.

[Waarschuwing: deze uitspraak kan kwetsend taalgebruik bevatten.]

Gepubliceerd op: 15/05/2017
Domeinen: Media en sociale media, Politie en justitie, Samenleving
Beschermde kenmerken: Racisme, Discriminatie op basis van geloof of levensbeschouwing
Rechtsinbreuk(en): Haatspraak, Aanzettingsmisdrijf, Haatmisdrijf, Slagen en verwondingen, Smaad
Rechtsmacht: Correctionele rechtbank
Rechtsgebied: Eupen
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Het betrof 2 gebeurtenissen die zich afspeelden in een periode van ongeveer een maand.

  • Vooreerst had de man, in dronken toestand, de politie gebeld en gevraagd om agenten naar hem thuis te sturen. Eenmaal ter plaatse werden de agenten beledigd. De agenten getuigden van racistische uitlatingen en ze merkten ook op dat bij de man een foto van Adolf Hitler aan de muur hing.
  • Een maand later had dezelfde man slagen toegebracht aan 3 Irakezen. Hij wilde dat ze een carnavalsfeest verlieten. De 3 personen werden ook beledigd.

Juridische kwalificatie

Het openbaar ministerie vervolgde de beklaagde voor:

  • Aanzetten tot haat of geweld  jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 20, 4° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 4° Strafwetboek).
  • Aanzetten tot haat of geweld  jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan (artikel 22, 4° antidiscriminatiewet 2007 – thans artikel 250, 4° Strafwetboek).
  • Smaad door woorden, daden, gebaren of bedreigingen (artikel 276 oud Strafwetboek). 
  • Opzettelijke slagen en verwondingen (artikel 398 oud Strafwetboek) met discriminerende drijfveer als verzwarende omstandigheid (artikel 405quater oud Strafwetboek).
  • Aanzetten tot discriminatie jegens een persoon (artikel 20, 1° antiracismewet 1981 zoals gewijzigd in 2007 – thans artikel 250, 1° Strafwetboek).

Beslissing

Tijdens de rechtszitting ontkende de beklaagde dat hij een racist was. Niettemin oordeelde de correctionele rechtbank van Eupen dat “het diep verankerde mensen-verachtende wereldbeeld” (“zutiefst menschenverachtende Weltanschauung“) dat zijn daden motiveerde voldoende was aangetoond.

De verzwarende omstandigheden hebben geleid tot een sanctie bestaande uit een werkstraf van 100 uren (met een vervangende gevangenisstraf van 10 maanden) en een aanzienlijke geldboete.

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?