Rechtbank van eerste aanleg Henegouwen, afdeling Bergen, 11 februari 2016
Een hotel weigert een persoon met een assistentiehond. De voorzitter van de rechtbank oordeelt dat er sprake is van directe discriminatie, maar wijst de stakingsvordering af omdat er geen gevaar voor herhaling bestaat.
[Deze beslissing werd verkregen dankzij de inzameling van rechtspraak door de onderzoekers van het project 'Discriminatie bestrijden via het recht: de Belgische ervaring ter zake' (PDR T.0197.19), gefinancierd door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en gecoördineerd door Julie Ringelheim en Jogchum Vrielink.]
Feiten
Een man reserveert een kamer in een hotel. Vervolgens laat hij via e-mail weten dat zijn vrouw begeleid zal worden door een assistentiehond. Even later krijgt hij bericht van het hotel dat ze niet uitgerust zijn om hen in de beste omstandigheden te ontvangen. Hij wordt doorverwezen naar andere hotels in de buurt.
De man en zijn echtgenote leiden, samen met Unia, een stakingsvordering in bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg omdat ze menen dat er sprake is van directe en/of directe discriminatie op basis van handicap.
Beslissing
De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg oordeelt dat er sprake is van directe discriminatie op basis van handicap. Door de toegang te weigeren aan de assistentiehond, weigerde het hotel de facto de toegang aan de echtgenote van de man. Het hotel kan deze directe discriminatie niet objectief rechtvaardigen. Het hotel had het bestaan van een veiligheidsrisico ingeroepen, maar kan dit niet staven.
De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg stelt ook vast dat het personeel onvoldoende geïnformeerd was en dat inmiddels duidelijke schriftelijke richtlijnen zijn gegeven aan het personeel. Vandaar dat de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg meent dat de discriminatie werd gestaakt en dat er geen risico is op herhaling tegenover het echtpaar of tegenover andere personen. Bijgevolg oordeelt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg dat de stakingsvordering ongegrond is en dat geen forfaitaire schadevergoeding kan worden toegekend.
Unia was betrokken partij.
Afgekort: Rb. Henegouwen, afd. Bergen, 11/2/2016