Ga verder naar de inhoud

Rechtbank van eerste aanleg Henegouwen, afdeling Charleroi, 15 december 2025

De autonome haven van Charleroi wil dat woonwagenbewoners een terrein verlaten en dient een eenzijdig verzoek tot verdrijving in bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoek wordt ingewilligd. De rechtbank van eerste aanleg oordeelt dat er geen reden was om te werken via een eenzijdig verzoekschrift (in plaats van een tegensprekelijk debat) en herroept de beslissing van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

Gepubliceerd op: 15/12/2025
Domeinen: Huisvesting
Beschermde kenmerken: Racisme
Rechtsinbreuk(en): Andere
Rechtsmacht: Rechtbank van eerste aanleg
Rechtsgebied: Henegouwen
Unia (burgerlijke) partij: neen

Feiten

Enkele woonwagenbewoners hadden zich gevestigd op een terrein dat wordt beheerd door de autonome haven van Charleroi.

Op grond van artikel 584 Gerechtelijk Wetboek had de autonome haven van Charleroi een eenzijdig verzoek ingediend bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg om de woonwagenbewoners van het terrein te laten verdrijven. Het verzoek werd ingewilligd.

Eén van de woonwagenbewoners tekende derdenverzet aan tegen deze beslissing.

Beslissing

De rechtbank van eerste aanleg vernietigt de beslissing van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

De autonome haven van Charleroi had gesteld dat de woonwagenbewoners zich schuldig maakten aan diefstal van elektriciteit, vuilnis achterlieten, versperringen verplaatsten ... Daartegen moest dringend worden opgetreden en dus was het gepast om een eenzijdig verzoek in te dienen in plaats van een tegensprekelijk debat te voeren. Maar de rechtbank van eerste aanleg oordeelde dat de autonome haven van Charleroi geen bewijs leverde van de problemen die ze aankaartte. Er was dus geen hoogdringendheid die verhinderde dat een tegensprekelijk debat kon worden gevoerd.

Daarnaast had de autonome haven van Charleroi gesteld dat het niet mogelijk was om de woonwagenbewoners te identificeren. Dat was een bijkomende reden om een eenzijdig verzoek in te dienen in plaats van een tegensprekelijk debat te voeren. Maar de rechtbank van eerste aanleg oordeelde dat de autonome haven van Charleroi niet aantoonde dat werd geprobeerd om de woonwagenbewoners te identificeren (bijvoorbeeld door een gerechtsdeurwaarder of de politie ter plaatse te sturen of de nummerplaten van de auto's te noteren). De autonome haven van Charleroi kon niet bewijzen dat het onmogelijk was om de woonwagenbewoners te identificeren en een tegensprekelijk debat te organiseren.

Unia was geen betrokken partij.

Afgekort: Rb. Henegouwen, afd. Charleroi, 15/12/2025 - Rolnummer 25/21/C

Wetgeving:

Op de hoogte blijven van juridisch nieuws?