Ga verder naar de inhoud

45 jaar Antiracismewet: een bescherming die essentieel blijft

30/07/2026
  • Persbericht
  • Raciale kenmerken

Op 30 juli 1981 kreeg België zijn eerste antiracismewet. De wet kwam er nadat verschillende racistische en antisemitische feiten het land hadden geschokt. In 1980 werd Hamou Baroudi slachtoffer van een racistische moord in Laken. Bij een antisemitische aanslag in Antwerpen raakten 19 Joodse kinderen gewond en verloor de 15-jarige David Kuhan het leven. Deze gebeurtenissen brachten duizenden mensen op straat en versterkten de roep om wettelijke bescherming tegen racisme. 

Met de antiracismewet zette België ook internationale afspraken om in nationale wetgeving. Een belangrijk voorbeeld is het VN-verdrag tegen rassendiscriminatie uit 1965. De Wet-Moureaux vormde zo een belangrijke stap in de uitbouw van een wettelijk kader om racisme in België te bestrijden. 

Vragen of op zoek naar meer achtergrond?

Anne Salmon

Persattaché

Invloed op de Belgische rechtspraak

De antiracismewet gaf de Belgische rechtspraak de afgelopen 45 jaar mee vorm. Ze bevestigt een belangrijk principe: racisme is geen mening, maar een schending van fundamentele rechten. Het heeft geen plaats in een democratische samenleving en kan door de wet worden bestraft.

Een van de meest opvallende uitspraken dateert van april 2004. Daarin veroordeelde het Hof van Beroep in Gent drie verenigingen, verbonden aan het extreemrechtse Vlaams Blok, de voorloper van het huidige Vlaams Belang. De zaak was aangespannen door het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding (de voorganger van Unia) en de Liga voor Mensenrechten. Volgens het hof verspreidden de organisaties herhaaldelijk discriminerende boodschappen. De uitspraak werd een mijlpaal in de strijd tegen racisme en gaf de Belgische rechtspraak mee vorm.

De wet speelde ook een cruciale rol in de veroordeling van Hans Van Themsche. In april 2007 verklaarde het Hof van Assisen van Antwerpen hem schuldig aan de moord op Luna Drowart en Oulematou Niangadou en aan de poging tot moord op Songul Koç, met een racistisch motief als verzwarende omstandigheid. Voor de eerste keer trad het Centrum, dat later Unia werd, op voor een Hof van Assisen, en werd een haatmisdrijf strenger bestraft.

Diverse vormen van racisme, dezelfde bescherming

In 2021 veroordeelde de correctionele rechtbank van Brussel een man voor talrijke haatberichten tegen RTBF-presentatrice Cécile Djunga. Unia was burgerlijke partij. De rechtbank stelde verschillende inbreuken op de antiracismewetgeving vast, waaronder aanzetten tot haat en het verspreiden van denkbeelden die uitgaan van rassensuperioriteit. Deze zaak benadrukte het belang van doeltreffende juridische instrumenten in de strijd tegen online haat.

In 2022 veroordeelde het Hof van Beroep van Brussel de racistische aanval op een zwarte tiener die met zijn familie op een trein wachtte in het station van Aarschot. Hij werd uitgescholden en vervolgens op de sporen geduwd. Het Hof oordeelde dat de racistische uitlatingen niet los konden worden gezien van de gewelddaad en hield rekening met het racistisch motief als verzwarende omstandigheid.

In 2025 veroordeelde het Hof van Beroep van Antwerpen twee supporters van voetbalclub Beerschot. Tijdens een wedstrijd tegen Anderlecht zongen ze antisemitische liederen en brachten de Hitlergroet.  Volgens het Hof zetten zij hiermee bewust aan tot haat en geweld tegen de Joodse gemeenschap.

Nog recenter veroordeelde de correctionele rechtbank van Antwerpen, afdeling Mechelen een man die een huishoudhulp had beledigd, geslagen en bedreigd omwille van haar huidskleur. Nadien had hij aan het dienstenchequebedrijf gevraagd om hem geen zwarte of moslimmedewerkers meer te sturen.

Deze zaken illustreren dat de wet in heel uiteenlopende situaties kan worden toegepast. 

Een bescherming die onmisbaar blijft

Naast de veroordelingen is de antiracismewet ook een essentieel instrument om mensen te beschermen. Ze maakt het voor slachtoffers mogelijk om de racistische en discriminerende feiten juridisch erkend te zien. Daarnaast geeft ze justitie de middelen om op te treden tegen uitsluiting, haat en geweld op basis van afkomst.

De wet verbiedt onder meer het aanzetten tot haat, het verspreiden van racistische ideeën en het ondersteunen van organisaties die discriminatie promoten. Tegelijk maakt ze duidelijk waar de grens ligt tussen de vrijheid om een mening te uiten en haatspraak.

De boodschap van de antiracismewet uit 1981 is vandaag relevanter dan ooit: aanzetten tot discriminatie, haat of geweld heeft geen plaats in een democratische, pluralistische en diverse samenleving. Met het nieuwe Strafwetboek wordt die boodschap vanaf 1 september 2026 bevestigd en uitgebreid naar alle wettelijk beschermde criteria. Daarnaast is een aanpassing van artikel 150 van de Grondwet noodzakelijk, zodat alle drukpersmisdrijven die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld, en dus niet enkel degene die ingegeven zijn door racisme, daadwerkelijk kunnen worden vervolgd, inclusief teksten via sociale media
Prof. Em. Dr. Dirk Voorhoof, van het Human Rights Centre van UGent

Over de antiracismewet

De antiracismewet beschermt personen tegen discriminatie op grond van vijf beschermde criteria: nationaliteit, zogenaamde ras, huidskleur, afkomst en nationale of etnische afstamming. De wet is van toepassing op onder meer de toegang tot goederen en diensten, werk, onderwijs en huisvesting. Daarnaast beschermt de wet mensen tegen openbare oproepen tot haat, discriminatie of geweld. Haatmisdrijven (zoals slagen en verwondingen, beschadiging van goederen enz.) die zijn ingegeven door een van de beschermde criteria van de antiracismewet kunnen leiden tot een zwaardere straf.

Ontdek alle rechtspraak over de raciale criteria alsook onze analyses van de rechtspraak

  • Raciale kenmerken

Nieuwsbrief